Ook Kamerleden en senatoren gaan inleveren

Kamerleden en senatoren zullen vijf procent van hun loon inleveren. Hun pensioenleeftijd stijgt van 55 naar 62 jaar en de uittredingsvergoeding voor wie vrijwillig vertrekt, vervalt. De voorzitters van de deelstaatparlementen vragen in gezamenlijke brief om overleg.

De maatregelen zijn afgesproken in een werkgroep van Kamer en Senaat. Gisteren zat die werkgroep die zich buigt over het statuut van de Kamerleden, voor het eerst samen. De werkgroep, die bestaat uit Kamervoorzitter André Flahaut (PS) en de verschillende fractieleiders, werd in het leven geroepen naar aanleiding van het debat over de pensioenhervorming.

Toen groeide de consensus dat, indien er van de bevolking een inspanning wordt gevraagd, ook de politiek een duit in het zakje moet doen. Ook in de Senaat werd een gelijkaardige werkgroep geïnstalleerd.

De werkgroep bereikte over enkele punten een consensus. Zo gaan na de ministers nu ook de Kamerleden en senatoren vijf procent van hun wedde inleveren.

Er zijn ook besprekingen aan de gang om te snoeien in de bijkomende vergoedingen voor de fractievoorzitters, quaestoren en ondervoorzitters en voorzitters van Kamer en Senaat. Die laatsten zouden nog eens een kwart extra van hun loon moeten laten vallen.

Het ziet er ook naar uit dat de parlementsleden een pensioenstelsel zullen krijgen dat vergelijkbaar is met dat van de magistraten. Ze zouden pas na 36 jaar met pensioen kunnen gaan in plaats van na 20 jaar, zoals nu het geval is, en pas als ze 62 jaar zijn.

Ten slotte vervalt de uittredingsvergoeding voor wie vrijwillig vertrekt en worden alle werkingsmiddelen van Kamer en Senaat bevroren.

Brief van de voorzitters

De voorzitters van de vijf regionale parlementen hebben een gezamenlijke brief geschreven aan Kamervoorzitter Flahaut en de voorzitter van de Senaat, Sabine de Bethune (CD&V) over de maatregelen.

Ze vragen dringend overleg omdat een aantal maatregelen ook betrekking hebben op de verkozenen in de deelstaatparlementen, zo schrijven ze.

Het is wel opvallend dat de voorzitters van het Vlaams Parlement, het Waals parlement,  het parlement van de Franse Gemeenschap, het parlement van de Duitstalige Gemeenschap en het Brussels Hoofdstedelijk parlement gezamenlijk een dergelijk initiatief nemen.