"Als je stukken samenlegt, is dit heel vreemd verhaal"

De VRT-journalisten die woensdag een aanslag van erg dichtbij meemaakten in Syrië, zijn weer thuis. Heel wat elementen wijzen erop dat er sprake is van opgezet spel. Minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) vraagt Syrië om een onderzoek.

De radio- en tv-ploeg van de VRT was sinds dinsdag in Syrië en bezocht woensdag de stad Homs, een van de steden waar de opstand tegen president Bashar al-Assad al maanden fel woedt. De VRT-ploeg ontsnapte nipt aan een aanslag waarbij de Franse journalist Gilles Jacquier en 7 Syriërs omkwamen.

Het regime weert al maanden buitenlandse journalisten, maar zo'n 15 buitenlandse journalisten konden deze week, onder begeleiding van veiligheidstroepen, een bezoek brengen aan Syrië.

"Plots is onze gids niet meer meegegaan. Ook enkele andere mensen uit de groep zijn niet meegegaan", vertelt radiojournalist Jens Franssen, die op de terugweg is van Damascus naar Brussel. "Bij de eerste ontploffingen zijn we een gebouw in gelopen, maar de mensen van de veiligheidsdienst gingen niet mee."

"Exact op het moment dat wij er waren, werden 5 granaten afgevuurd. Nadien was het opnieuw rustig in de wijk", gaat Franssen voort. "Het was ook opvallend dat de winkels net in die straat gesloten waren, terwijl in andere wijken wel veel leven op straat was."

"We kunnen niets zwart op wit bewijzen. Maar als je de stukken van de puzzel samenlegt, blijft dit toch een heel vreemd verhaal."

Het Syrische regime en de opposanten geven elkaar de schuld van de aanslag. Gisteren uitte ook correspondent en Midden-Oostenkenner Jorn De Cock ook al het vermoeden dat het om een hinderlaag van het regime ging. "Een versie van het regime is dat de granaten zijn afgevuurd vanuit de opstandige wijken. De oppositie wijst er dan weer op dat er mortiergranaten zijn gebruikt en die hebben de opstandelingen in Homs niet."

Reynders vraagt onderzoek

Minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) zegt dat hij uitleg wil. "We volgen de zaak op. Maar we hebben, samen met de Europese collega's, aan de Syrische overheid om een onderzoek gevraagd van wat er in Homs is gebeurd."

"Onmogelijk om vrij te werken als journalist"

In "De ochtend" gaat Franssen ook nog in op de situatie als journalist in Syrië. Nu hij weg is uit Syrië, kan hij vrijuit spreken. "Het regime nodigt mensen uit, maar dan vooral om te tonen wat ze willen laten zien."

"Het is quasi onmogelijk om vrij te werken als journalist. Je hebt voor elk bezoek de toestemming nodig van het ministerie van Informatie. Bovendien krijg je dan een gids mee. Soms is die vriendelijk, maar soms steekt die ronduit stokken in de wielen", getuigt Franssen.

"Het gezegde klopt dat de muren oren hebben in Syrië. Als je iemand spreekt, komen er meteen 2 of 3 mensen bij staan, waardoor je enkel nog standaardantwoorden krijgt. Wel gebeurt het af en toe dat iemand naast je komt wandelen, je toefluistert hoe vreselijk het is in Syrië en hoe hard het regime is."

"Ook de waarnemers van de Arabische Liga krijgen enkel te zien wat het regime wil. Maar soms is dat zelf zodanig klungelig in scène gezet, dat ik hoop dat zij het doorzien."