Imams spreken nauwelijks Nederlands

Veel imams die in Vlaanderen actief zijn, spreken weinig of geen Nederlands en ze hebben nauwelijks voeling met de directe omgeving. Dat is de conclusie van een studie van het Steunpunt Gelijkekansenbeleid, dat Vlaams minister van Inburgering Geert Bourgeois (N-VA) had besteld.

De meeste imams die in Vlaanderen actief zijn, zijn niet in ons land opgegroeid en hebben nooit Nederlands of Frans geleerd toen ze hier kwamen wonen. Ze hebben ook weinig voeling met Belgische of Vlaamse aangelegenheden.

Daardoor verloopt het contact met jongeren die hier zijn opgegroeid, niet altijd makkelijk. Jongeren gaan daardoor vaak via andere kanalen op zoek naar informatie over de islam. Dat verhoogt de kans op radicalisering bij de jongeren, zo stelt de studie.

De minister vraagt in dat verband dat de moskeebesturen een Nederlandse naam aannemen, niet alleen voor de algemene perceptie maar ook om de band met de jongeren te versterken.

Bourgeois stelt dat heel wat moskeeën voor een generatiewissel staan. "Het werk van de eerste generatie die ondertussen ouder is, vormt een goede basis om verder te bouwen aan moskeeën die meegaan met hun tijd, die voeling houden met de buurt en dus ook in staat zijn te communiceren met die bredere samenleving", zegt Bourgeois.

Het onderzoek wijst uit dat de jongere generatie "klaar staat om de fakkel over te nemen". "Een opleiding voor imams zou hier soelaas kunnen bieden", zegt Bourgeois. Zijn collega Pascal Smet (SP.A) van Onderwijs onderzoekt dat voorstel.