"Agressie tegen treinpersoneel zwaar onderschat"

Het aantal gevallen van agressie tegen treinbegeleiders wordt zwaar onderschat. Dat concludeert een onderzoekster van de VUB die undercover heeft gewerkt als treinbegeleider. Volgens haar geven de begeleiders veel gevallen nooit aan.

Criminologe Iris Steenhout van de Vrije Universiteit Brussel heeft acht weken lang undercover gewerkt als treinbegeleider bij de NMBS. Voor ze onderzoeker werd, werkte ze al als treinbegeleidster bij het spoor. Ze ging dus nu tijdelijk terug naar haar vroegere werkgever.

Haar conclusie is dat het aantal gevallen van agressie tegen treinbegeleiders hoger ligt dan het aantal dat bij de NMBS bekend is, omdat heel wat begeleiders de gevallen niet aangeven. "Ze signaleerden de agressie niet terwijl ze er wel verschillende keren mee geconfronteerd zijn", zegt Steenhout.

De redenen waarom de begeleiders geen gevallen signaleren, zijn divers. "Er is een hele administratieve rompslomp aan verbonden, daarnaast heerst het gevoel dat de werkgever en de wetgever er niet zo veel aan kunnen doen. De begeleiders vrezen ook dat als ze veel agressiegevallen doorgeven, dat dit een invloed zou hebben op hun eigen beoordeling."

De NMBS wilde op camera niet reageren op het onderzoek. De spoormaatschappij stuurde wel de mededeling: "De NMBS moedigt haar treinbegeleiders aan om agressie altijd te melden. Treinbegeleiders zijn immers de ogen en de oren van de vervoersmaatschappij en hun melding laat het nemen van effectieve maatregelen toe."

"De NMBS roept inderdaad op om agressie te melden, dat heb ik vastgesteld", zegt Steenhout, "maar er is een reden waarom mensen de agressie niet aangeven. Daar moet de NMBS zich bewust van zijn. De cijfers die de NMBS nu geeft, geven veeleer de bereidheid weer van begeleiders om agressie aan te geven, dan de werkelijke agressie op de treinen."