Geld voor Griekenland

De eurolanden en het IMF hebben aan Griekenland beloofd om 130 miljard euro te lenen aan Griekenland. Maandag zou de beslissing daarover moeten vallen. Europaspecialist Rob Heirbaut maakt een overzicht van de financiële reddingsoperatie van Griekenland.

De eerste lening van 110 miljard euro

In mei 2010 beslisten de landen van de eurozone en het IMF om 110 miljard euro aan Griekenland te lenen. Griekenland kon zelf geen geld meer lenen op de financiële markten, de intrestvoet was opgelopen tot meer dan 10%.

Die lening wordt in schijven uitgekeerd. Telkens is er controle: voert Griekenland uit wat het beloofd heeft? Tot nu toe zijn zes schijven uitgekeerd, voor een totaal bedrag van 73 miljard euro.

In mei 2010 bestond het Europese Noodfonds (EFSF) nog niet. De leningen die Griekenland tot nu toe kreeg, zijn eigenlijk leningen van de andere landen van de eurozone. Zo leende België tot nu toe ongeveer 1,9 miljard aan Griekenland. Griekenland betaalt hiervoor intrest.

Slovakije besliste achteraf om toch geen geld te lenen aan Griekenland. En Ierland en Portugal hebben zelf hulp nodig, dus zij lenen ook niet aan Griekenland. Daardoor blijft er nog zowat 34 miljard euro beschikbaar van de eerste lening.

Het was de bedoeling dat Griekenland ooit weer zelf geld zou kunnen lenen op de financiële markten. Maar in juli 2011 werd duidelijk dat dit niet snel zou lukken, maar dat er zelfs een tweede lening nodig zou zijn. Het overschot van de eerste lening wordt niet opgebruikt.

De tweede lening van 109 miljard euro

Op een extra eurotop op 21 juli beslisten de regeringsleiders van de eurozone om aan Griekenland een tweede lening van 109 miljard euro toe te kennen. Dat geld moet uit het Europese Noodfonds (EFSF) komen, dat intussen was opgericht (en waar Ierland en Portugal leningen van krijgen). Het Noodfonds wordt gewaarborgd door de eurolanden. Het leent zelf geld op de financiële markten, en leent dat geld dan aan probleemlanden zoals Portugal, Ierland en (binnenkort) Griekenland.

De banken verliezen "vrijwillig" geld aan Griekenland

Griekenland heeft een totale schuld van ongeveer 350 miljard euro. Al in 2010 waren er economen die dit onhoudbaar vonden. Zij pleitten voor een zogenaamde “haircut” of schuldherschikking: schuldeisers zouden een deel van de Griekse schuld moeten kwijtschelden. Dit was lange tijd een taboe-onderwerp. Een dergelijke haircut zou immers neerkomen op een faillissement van Griekenland, wat de rest van de eurozone zou kunnen besmetten.

Op 21 juli 2011 sneuvelde dit taboe. De internationale federatie van banken ging “vrijwillig” akkoord om een stuk van de Griekse schuld kwijt te schelden, via een ingewikkelde operatie: de banken ruilen hun oude leningen aan Griekenland in voor leningen met een lagere rentevoet en langere looptijd. Voor de banken is dit duurder, voor Griekenland goedkoper.

109 miljard wordt 130 miljard

De Griekse economie krimpt. De belastinginkomsten vallen tegen. In oktober 2011 moet het plan van 21 juli al worden bijgestuurd. Er wordt een nieuw doel vastgelegd: tegen 2020 moet de Griekse schuld teruggebracht worden van 160% van het BBP tot 120%.

De Grieken moeten daarvoor zelf een hervormings- en besparingsprogramma opstellen (en uitvoeren). De banken zullen de helft van wat Griekenland aan hen verschuldigd is “kwijtschelden”, waardoor de Griekse schuld daalt met 100 miljard. De eurolanden en het IMF beloven om 130 miljard te lenen aan Griekenland om dat allemaal mogelijk te maken.

Een ingewikkelde operatie

De tijd dringt: op 20 maart moet Griekenland 14 miljard euro hebben om uitstaande leningen terug te betalen. Tegen die datum moet er dus een akkoord zijn met de schuldeisers over een “schuldherschikking”, waarbij ze hun oude leningen omzetten in nieuwe leningen.

Daarover is de voorbije weken druk onderhandeld. De nieuwe leningen zullen maar een rente van 3,5% opbrengen, en een lange looptijd hebben. Griekenland moet hiervoor een officieel ruilaanbod doen. Om de hele ruiloperatie klaar te hebben tegen 20 maart, is er ongeveer een maand nodig. Eigenlijk zou de ruiloperatie nu dus moeten kunnen starten. In het jargon heeft men het over PSI: private sector involvement.

Banken die op het aanbod ingaan, krijgen ook cash om de pijn te verzachten: 35 miljard euro in totaal. Dat geld komt uit het tweede hulppakket van 130 miljard voor Griekenland. Zonder een akkoord over die tweede lening, kan de ruiloperatie met de banken dus niet beginnen. Overigens: 53 miljard van de 130 miljard is bedoeld om Griekse banken overeind te houden: zij zijn de grootste schuldeisers van de Griekse overheid. Door de schuldherschikking verliezen ze veel geld, en hebben ze een forse kapitaalinjectie nodig om niet overkop te gaan.

Twijfels over Griekenland

Maar: de eurolanden, vooral Duitsland, Nederland en Finland, aarzelden de voorbije weken om het licht op groen te zetten voor de lening van 130 miljard. Onder druk van Europa en het IMF, en ondanks hevig protest van de bevolking, keurde het Griekse parlement een drastisch besparingsplan goed. Toch blijft er wantrouwen over de Griekse politici en hun wil om hervormingen uit te voeren.

In april zijn er verkiezingen in Griekenland. De eurolanden zijn bang dat het nieuwe parlement de hervormingen niet zal uitvoeren. Dat is de voorbije twee jaar nog al gebeurd. Daarom moesten de twee grootste partijen schriftelijk beloven dat ze de hervormingen en besparingen ook na de verkiezingen zullen uitvoeren. Griekenland moest ook meer duidelijkheid verschaffen over 325 miljoen euro geplande besparingen, omdat het niet duidelijk was hoe men aan die som zou geraken.

Intussen hebben de Grieken daarover duidelijkheid verschaft, maar de twijfel blijft of een nieuwe lening aan Griekenland niet gelijk staat met geld storten in een bodemloze put. Nederlandse en Duitse politici zeiden openlijk dat Europa veel beter voorbereid is op een Grieks faillissement dan twee jaar geleden.

Alweer achterhaald

Volgens de laatste gegevens zal de schuld van Griekenland in 2020 nog altijd 129% bedragen. Een pak meer dus dan de 120% die men wil bereiken. Om het gat te dichten is er 5,5 miljard euro extra nodig (bovenop de 130 miljard). Misschien moet er ook van de banken een grotere bijdrage gevraagd worden. Maar er is nu ook sprake van een bijdrage van de Europese Centrale Bank.

Die heeft in 2010 voor zowat 40 miljard euro aan Griekse obligaties opgekocht op de financiële markten, ter ondersteuning. Op de vervaldag moet Griekenland die terugbetalen aan hun werkelijke waarde, 55 miljard euro.

De Europese Centrale Bank zou nu bereid zijn om de winst die ze daarop kan maken (15 miljard) te laten vallen, en hun oude Griekse obligaties om te ruilen voor nieuwe (met een waarde van 40 miljard). Daardoor zou de uitstaande schuld van Griekenland met 15 miljard dalen.

Griekenland onder toezicht

De Europese Commissie werkt tegen maandag voorstellen uit die ervoor moeten zorgen dat de eurolanden meer controle hebben over Griekenland. Zo zouden ambtenaren van de Commissie en het IMF permanent in Athene aanwezig zijn.

Er is ook sprake van een soort geblokkeerde rekening (escrow account). Daarop moet altijd voldoende geld staan voor de terugbetaling van de Griekse schuld tijdens het komende jaar. Dit om te vermijden dat het geleende geld wordt uitgegeven, en er een permanent gevaar is dat Griekenland zijn schulden niet terugbetaalt.

Griekenland zal ook nog een lijst met maatregelen moeten uitvoeren, vooraleer de lening van 130 miljard ook effectief wordt toegekend. Als de eurogroep maandagavond het licht op groen zet voor de nieuwe lening, wordt het wellicht slechts een voorwaardelijke goedkeuring.

Rob Heirbaut

Meest gelezen