"Ongrijpbare" Shepherddolfijn voor het eerst gefilmd

Wetenschappers zijn er voor de eerste keer in geslaagd Shepherddolfijnen te filmen. Die spitssnuitdolfijnen leven in de open zee en het enige wat er over bekend is, weten we van een aantal gestrande exemplaren. Tot nu was er zo goed als geen beeldmateriaal van levende Shepherddolfijnen.

De ontmoeting met de Shepherddolfijnen was een toevalstreffer: het twaalftal dieren dook voor Zuid-Australië op naast het schip van de zeebiologen van de Australische Antarctica-afdeling. 

De biologen waren voor Portland op zoek naar blauwe vinvissen, toen ze de Shepherddolfijnen ontdekten. "Deze school was fantastisch, maar dat ze dan ook nog zolang aan de oppervlakte bleven en we ze minutenlang konden filmen, was uniek", zei expeditieleider Michael Double op radio ABC. Volgens hem bestaat er geen beeldmateriaal over levende Shepherddolfijnen.

Wereldwijd zijn er slechts vier bevestigde waarnemingen van Shepherddolfijnen geweest en vijf onbevestigde.

Volledig gebit

Wat we weten over de dieren, komt vooral van het onderzoek van een 40-tal gestrande exemplaren. De meeste strandingen gebeurden in Nieuw-Zeeland, maar ook in Australië, Chili, Argentinië en Zuid-Afrika.

De Shepherddolfijn (Tasmacetus shepherdi) is een walvisachtige die behoort tot de familie van de spitssnuitdolfijnen.

Ze zijn herkenbaar aan een gewelfd voorhoofd en een omvangrijk gebit en werden pas in de jaren dertig van de vorige eeuw ontdekt toen George Shepherd, de curator van een museum op het Noordeiland van Nieuw-Zeeland, een gestrand exemplaar vond. Ze worden rond de zeven meter lang en tweeënhalf ton zwaar.

Opvallend aan de Shepherddolfijn is dat ze de enige spitssnuitdolfijn zijn waarbij de beide geslachten volledig ontwikkelde tanden hebben in hun onder- en bovenkaak. Bij de meeste andere soorten hebben enkel de mannetjes twee tanden, die de vorm hebben van slagtanden.

Nog een eigenaardigheid is dat ze waarschijnlijk enkel bodemvissen en krabben eten en geen inktvis. De meeste andere spitssnuitdolfijnen eten vooral inktvis. Dat verklaart mogelijk waarom de Shepherddolfijnen een volledig gebit hebben.

Een schatting van het totaal aantal dieren is niet mogelijk. Duidelijk is wel dat ze enkel voorkomen op het zuidelijk halfrond, in diep, koel water, waarschijnlijk tussen de 30e en de 50e breedtegraad.

De wetenschappers denken met het filmmateriaal nieuwe bevindingen over kleur en vorm en groepsrelaties van de dieren aan de weet te komen.