5 boeken van Boon die u gelezen moet hebben

Louis Paul Boon heeft een oeuvre van meer dan 30.000 bladzijden nagelaten en schreef meer dan 1 klassieker. Johan De Haes selecteert 5 boeken van hem en legt uit waarom ze zeker niet ongelezen in uw boekenkast mogen blijven staan.

De voorstad groeit (1943)

Zijn debuut. "De voorstad groeit" werd uitgegeven door Angèle Manteau, nadat het manuscript was ingestuurd voor de Leo J. Krynprijs.

Boon won de prijs ondanks het wantrouwen bij sommige juryleden die dachten dat achter het pseudoniem “Lowie” de schrijver Gerard Walschap schuilging.

Er volgden lovende en aanmoedigende woorden van Willem Elsschot, maar de kritiek was verdeeld. Boon schetst een breed spectrum van personages die met hun hoop en hun dromen tegen een blinde muur opbotsen. Het realisme was voor sommigen te rauw. En het falen van de personages in een door de oorlog bedreigde voorstad kon noch de "nieuwe orde" noch de naoorlogse opbouwers bekoren.

Mijn kleine oorlog (1947)

Boon schreef onder de titel "Mijn kleine oorlog" drieëndertig fictieve verhalen en journalistieke schetsen voor het Vlaamse weekblad "Zondagspost".

Daarin riep hij in verbrokkelde en levendige korte verhalen de verwarrende oorlogstijd op, met name de meidagen van 1940 zoals die door gewone mensen uit zijn omgeving werden beleefd.

De invloed van dit kleine boek op de naoorlogse literatuur in Vlaanderen en Nederland is moeilijk te overschatten. Bekend geworden is de slotzin: “Schop de mensen tot zij een geweten krijgen". In de editie van 1960 afgezwakt tot “Wat heeft het alles voor zin”. Nog altijd een van Boons meest toegankelijke en meest gelezen boeken.

Menuet (1955)

Een man begint een verhouding met het jonge hulpmeisje van zijn als kleinburgerlijk getekende echtgenote.

De drie protagonisten in dit driehoeksverhaal doen achtereenvolgens hun versie uit de doeken. De man, die net als Boon in een vrieskelder heeft gewerkt, verzamelt krantenberichten vol wreedheid en geweld. Deze berichten staan in een doorlopende band bovenaan de pagina’s afgedrukt en plaatsen de tegenstrijdige levensverhalen in een brede en verdiepende context.

"Menuet" is in zijn beperkte opzet een indrukwekkende illustratie van menselijke vervreemding. De nochtans ruimdenkende katholieke criticus Albert Westerlinck hekelde het boek om zijn “opzettelijk-vulgaire, stupide smeerlapperij” en noemde Boon een “onverbeterlijke vuilspuiter”. "Menuet" is bij twee verschillende uitgeverijen in Vlaanderen en Nederland verschenen. Dat had met het groeiende ongeduld bij Boon te maken.

De Kapellekensbaan (1953)

Samen met het vervolg "Zomer te Ter Muren" wordt dit als zijn meesterwerk en als een mijlpaal in de geschiedenis van het experimentele proza in de Lage Landen beschouwd. Geweigerd door uitgeverij Manteau (wegens onverkoopbaar) kreeg het onderdak bij De Arbeiderspers.

"De Kapellekensbaan" is een complexe en zeer originele roman rond de figuur van het ontembare volksmeisje “Ondinneke”. Tegelijk is het één lange discussie over de chaotische naoorlogse wereld, met vele personages, waarvoor vrienden model hebben gestaan maar die ook zo vele afsplitsingen zijn van de schrijver zelf: boontje, Mossieu Colson van tminesterie, Tippetotje of de Kantieke Schoolmeester. Zij discussiëren over de verscheurde wereld en over de roman die niettemin onder hun ogen tot stand komt. Het overrompelende en chaotische boek (“gelijk een kuip mortel die van een stelling valt”) brak met een traditionele romantische en rechtlijnige literatuur. Boon gaf op originele wijze het woord aan “de uiteengevallen wereld, de versplinterde mens” (Bert Vanneste)

Pieter Daens (1971)

"Of hoe in de 19e eeuw de arbeiders van Aalst vochten tegen armoede en onrecht." De bekendste van de drie historisch-documentaire romans die Boon in de laatste jaren van zijn leven heeft geschreven.

Het verhaal van de sociaal voelende priester en Aalstenaar Adolf Daens en zijn conflict met de behoudsgezinde en Franskiljonse katholieke hiërarchie, zorgde voor bijval en sympathie bij een ruimer publiek dan tot dan toe het zijne was geweest. Niet toevallig werd er bij het verschijnen van "Daens" in België gediscussieerd over een “progressieve frontvorming” in het politieke landschap.

Het verhaal van de door zijn geloofsgenoten gefnuikte priester wordt verteld door zijn broer, de drukker Pieter. Het literaire experiment van de jaren 50 maakt hier plaats voor een uitvoerige documentatie. Boon wilde “de hele sociale strijd weergeven met al zijn kleinigheden.” Hij kreeg voor dit boek de Belgische Staatsprijs voor verhalend proza. De verfilming door Stijn Coninx was een internationaal succes.

Johan De Haes