Een op de vijf Belgische kinderen is te dik

Van de Belgische kinderen tussen de 10 en de 12 jaar oud is 21 procent te dik. Zes procent van hen heeft extreem overgewicht. Daarmee zijn onze kinderen gezonder dan in heel wat andere landen, maar toch vinden onderzoekers de cijfers "onrustwekkend".

Het academisch ziekenhuis van de Vrije Universiteit in Amsterdam onderzocht zeven Europese landen. Naast het aantal kinderen met overgewicht weten onderzoekers nu ook dat een Belgisch kind bijna een halve liter frisdrank per dag drinkt (455 milliliter) en ongeveer twee dagen per week naar school fietst. De kinderen kijken 113 minuten per dag naar de televisie.

In Noorwegen zijn de kinderen nog gezonder. Daar kampt 19% met overgewicht en 4% is echt obees. Ze drinken maar half zoveel frisdrank als onze kinderen (225 milliliter) en fietsen 3,3 dagen per week naar school. Naar televisie kijken de kinderen uit Noorwegen 101 minuten per dag.

Griekenland is de slechtste leerling van de klas. De helft van de kinderen kampt daar met overgewicht, een op de tien kinderen heeft obesitas. Ze fietsen niet naar school (0,1 dag per week) en kijken iets meer dan twee uur per dag televisie (123 minuten). Ze drinken wel minder frisdrank (115 milliliter).

Na Griekenland volgen Slovenië, Spanje, Hongarije en Nederland. België en Noorwegen komen uit de studie als de twee beste leerlingen van de klas.

In totaal werden meer dan 7.000 kinderen onderzocht. Jongens doen het slechter dan meisjes: ze zijn algemeen genomen vaker dik, drinken meer frisdrank en kijken meer televisie. Meisjes doen echter minder aan sport. Kinderen van hoog opgeleide ouders zijn overal slanker, behalve in Griekenland en Spanje.