De zin en onzin van het provinciale niveau

Op 14 oktober stemt u ook voor de provincieraad. Niet het meest "sexy" bestuursniveau. Maar hebben we de provincie nodig? Of kunnen we ze afschaffen? En moet er dan iets anders in de plaats komen? De zin en onzin van de provincies:

1. Waar komen ze vandaan?

Eerst waren er de provincies, België kwam later. Met een beetje goede wil kan men in het middeleeuwse graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant al voorlopers zien. De huidige indeling van de provincies volgt in grote lijnen de grenzen van de departementen die de Fransen instelden nadat ze onze gebieden hadden veroverd in 1794. Bij de hereniging met Nederland in 1815 werd de indeling grotendeels overgenomen. En na 1830 werden de provincies bevestigd in de Belgische grondwet.

2. Hoe worden ze bestuurd?

Aan het hoofd van de provincie staat de gouverneur. Die wordt aangesteld door de gewestregering. Voor hem of haar kan u niet stemmen. Dat moet wel voor de provincieraad. Die telt 84 leden in alle Vlaamse provincies, behalve in Limburg, daar zijn het er 75. De provincieraad kiest uit zijn midden de deputatie, de uitvoerende macht van de provincie. De 6 gedeputeerden zijn te vergelijken met de schepenen op het gemeentelijke niveau.

3. Waarom zijn ze zo onbekend?

Maar weinig mensen weten waar het provinciale niveau mee bezig is. "Dat is een probleem waar we al sinds mensenheugenis mee kampen", zegt de Antwerpse gedeputeerde Marc Wellens (CD&V), die meent dat duidelijkere afspraken over het provinciale takenpakket daarbij kunnen helpen. Volgens Hilde Bruggeman (Open VLD), gedeputeerde in Oost-Vlaanderen en voorzitter van VVP, de Vereniging van de Vlaamse Provincies, is het geen probleem. "Onze belangrijkste partners zijn de gemeenten en het middenveld. Minder die individuele burger. Maar waar we in contact komen met de burgers, bijvoorbeeld rond de fietsroutes, zijn ze tevreden over ons."

4. Hebben ze veel bevoegdheden?

"Ja, toch wel", zo zegt hoogleraar bestuursrecht Herman Matthijs, "vooral in West-Vlaanderen en Limburg zijn die bevoegdheden het meest uitgebouwd." De taken van de provincie zijn erg divers en het zijn er te veel om op te sommen, maar in grote lijnen situeren ze zich vooral op vlak van ruimtelijke ordening, milieu, natuur en waterbeleid. Voorts hebben ze een coördinerende taak, zijn ze soms inrichter van scholen en hogescholen en beheren ze provinciale recreatiedomeinen. Al hebben ze bij de interne staatshervorming die de Vlaamse regering vorig jaar doorvoerde wel een aantal taken verloren aan het gewest en de gemeenten en steden.

4. Zijn ze noodzakelijk?

Dat is het onderwerp van discussie."In alle West-Europese landen is er een tussenniveau tussen het nationale en het gemeentelijke niveau", zegt professor Matthijs. "Neem iets als een cultureel centrum, kleine gemeenten kunnen die kost alleen niet aan, dan is een tussenniveau nodig." "De provincie is neutraal en kan knopen doorhakken tussen gemeenten, daar is nood aan", zegt Hilde Bruggeman. "Het is een nuttig en noodzakelijk niveau met de juiste schaal om dingen in beweging te zetten", voegt gedeputeerde Wellens eraan toe.

6. Of kunnen we ze afschaffen?

De tegenstanders van het provinciale niveau situeren zich bij verschillende partijen: Groen, Open VLD, de N-VA en Vlaams Belang. Te afstandelijk, te onbekend, te duur, zo klinkt het onder meer. Iemand die al een hele tijd ijvert voor een afschaffing, is Lode Vereeck (LDD). "De provincies zijn overbodig", zegt hij. "Het volstaat dat we het Vlaamse niveau en het gemeentelijke niveau overhouden." Vereeck benadrukt wel dat het gaat om een afschaffing van het politieke niveau. Het betekent niet dat pakweg de benaming Limburg zou verdwijnen. "Het gaat netto om een besparing van 400 miljoen euro", heeft Vereeck becijferd.

7. Hebben we dan geen tussenniveau nodig?

"Toch wel", zegt professor Matthijs. Vooral voor de kleinere gemeenten is het noodzakelijk om op grotere schaal samen te werken, zo benadrukt hij. En dus zouden gemeenten moeten fuseren als de provincies worden afgeschaft. "Maar die politieke wil is er absoluut niet. De vorige fusieronde, in de jaren 70, is zelfs nog niet verteerd", aldus Matthijs. "Alles hangt samen met het kerntakendebat, het debat over wat er het beste op welk niveau wordt uitgevoerd. Dat wordt maar niet ten gronde gevoerd. Iedereen blijft in zijn loopgracht zitten."

8. Wat zijn de alternatieven?

Het alternatief dat professor Matthijs het beste lijkt, en dat ook door een aantal partijen wordt voorgesteld, is een opsplitsing in kleinere regio's, een tiental voor Vlaanderen. "De provinciegrenzen zijn verouderd. We moeten naar homogene gebieden, aangepast aan de huidige politiezones en brandweerzones." Groen spreekt van stads- en streekgewestraden, de N-VA van verkozen streekbesturen. Zelfs Vereeck wil nog ruimte laten voor kleinere regio's met een coördinerende functie. "Die kan dan bestuurd worden door een gouverneur met een beperkte administratieve staf", zegt hij. In zijn voorstel zijn er dan geen verkiezingen meer nodig.

9. En wat vinden ze daarvan bij de provincies?

Het idee van een andere indeling valt niet goed bij de provinciebesturen zelf. "Een opdeling in kleinere gebieden zou leiden tot de totale versnippering van het politieke landschap", zegt gedeputeerde Wellens. "De provincie, dat begrip heeft een geschiedenis." "Men zoekt al jaren naar de ideale schaal om te besturen, maar wat is dat: de ideale schaal?", zegt Bruggeman. "Je hebt nu de provincies, behoud ze dan. Bovendien zullen kleinere bestuursgebieden de werkingskosten niet verkleinen, integendeel."

10. Zit er een verandering aan te komen?

Neen, het debat zit in een patstelling, zegt Matthijs. Om de provincies af te schaffen en eventueel een ander bestuursniveau te creëren moet ook de grondwet veranderd worden, daarvoor is een tweederdemeerderheid nodig. "Die zou op dit ogenblik niet gevonden worden", zegt Matthijs. Volgens hem zal het zeker tot na de verkiezingen van 2014 duren voor het debat weer geopend zal worden. Gedeputeerde Wellens wil de situatie bekijken in 2018. "Met een nieuw profiel kunnen de provincies aan daadkracht winnen", zegt hij. Groen stelt 2024 naar voor om de stads- en streekgewesten te realiseren. De discussie blijft dus nog wel even duren.

Joris Truyts

lees ook