Opnieuw dodelijke aanslagen in noorden van Syrië

In Syrië zijn volgens de oppositie zeker 20 doden gevallen bij twee aanslagen. De bommen ontploften in de stad Idlib, in het noorden. In de hoofdstad Damascus was er een mortieraanval op het gebouw van de Centrale Bank. Een eerste groep van 30 VN-waarnemers is intussen aan het werk.
De bommen richtten zware schade aan in Idlib

Idlib, een stad in het noordwesten van Syrië, is een van de bolwerken van het verzet tegen president Bashar al-Assad. De aanslagen vonden plaats vlak bij een militair hoofdkwartier en vlak bij een gebouw van de militaire inlichtingendienst. De slachtoffers zijn volgens de oppositie vooral militairen.

De Syrische staatstelevisie heeft het over een terroristische aanslag waarbij ook burgerslachtoffers gevallen zijn. De zender spreekt ook van minstens 8 doden en tientallen gewonden. Minder dus dan de oppositie die de dodentol op minstens 20 legt.

In de hoofdstad Damascus was er vannacht een aanval op het gebouw van de Syrische Centrale Bank. Drie mannen vuurden mortiergranaten af. Volgens de staatstelevisie bleef de schade beperkt en vielen er 4 gewonden bij de politie.

"Zelfs 1.000 waarnemers kunnen geweld niet stoppen"

Intussen is een eerste groep van 30 VN-waarnemers officieel aan de slag gegaan in Syrië. Een aantal leden van die groep was al in het land om te controleren of de voorwaarden van het vredesplan van Kofi Annan worden nageleefd. En nu hebben ze dus versterking gekregen. De komende dagen volgen er nog eens 30 waarnemers. Op termijn worden het er 300.

Maar generaal Robert Mood (kleine foto), het hoofd van de VN-missie in Syrië, zegt dat zelfs 1.000 ongewapende waarnemers het geweld in het land niet kunnen stoppen. Het belangrijkste is wat de Syriërs zelf doen en de strijdende partijen moeten meewillen, zo klinkt het.

Sinds het staakt-het-vuren ingegaan is op 12 april zijn volgens de oppositie al meer dan 500 mensen omgekomen. Het regime en de rebellen geven elkaar de schuld voor het aanhoudende geweld.