Werknemers minder tevreden over vakbondsafgevaardigden

Werknemers in Belgische bedrijven zijn minder tevreden over de werking van de ondernemingsraad (IR) en het comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) dan vier jaar geleden. Dat blijkt uit een studie van Randstad.

Volgende week gaan in ons land de sociale verkiezingen van start. Daarbij worden vakbondsafgevaardigden gekozen voor de ondernemingsraden en voor de veiligheidscomités. In de aanloop naar de verkiezingen voerde uitzendbureau Randstad een grootschalige enquête uit over de houding van de Belgische werknemers tegenover de inspraakorganen in hun bedrijf.

Uit het onderzoek blijkt dat de werknemers minder tevreden zijn over de werking van vakbondsafgevaardigden in de ondernemingsraden dan vier jaar geleden. Toch betekent dat niet dat ze de participatiemethodes willen afschaffen. Negen op de tien werknemers vinden de ondernemingsraad immers nog altijd nodig.

Maar de Belgische werknemers hebben wel het gevoel dat ze minder inspraak hebben in hun bedrijf, terwijl dat ze dat net belangrijker vinden dan vroeger. Een belangrijke verklaring daarvoor is volgens Randstad te vinden in de moeilijkere economische omstandigheden waarin de bedrijven zich bevinden.

Uit het onderzoek van Randstad blijkt ook dat de vakbonden in de ondernemingen waar ze actief zijn over een redelijk draagvlak blijven beschikken. Daartegenover staat dat er indicaties zijn dat het draagvlak hier en daar aan het afbrokkelen is.

Het meest onrustwekkende resultaat volgens Randstad heeft te maken met het aandeel werknemers dat zich sterk betrokken voelt bij de vakbond. Vier jaar geleden was dat 62 procent, nu nog maar 44 procent. Bij niet-vakbondsleden gaat het zelfs maar om 33 procent.