Vernietigend rapport over treinramp in Buizingen

Een nieuw rapport over de treinramp in Buizingen twee jaar geleden is streng voor de NMBS en spoorwegbeheerder Infrabel. Het noodsein was niet sterk genoeg verlicht, in de trein ontbrak een verplicht veiligheidssysteem en de bestuurder heeft wel degelijk het stopsein genegeerd.

Deze vaststellingen staan in een nieuw rapport van het Onderzoeksorgaan van Mobiliteit over het dodelijke treinongeval in Buizingen, dat Gazet van Antwerpen kon inkijken. Op 15 februari 2010 botsten in Buizingen twee passagierstreinen op elkaar. Daarbij vielen 18 doden en meer dan 150 gewonden.

Het nieuwe rapport legt vooral het accent op de technische gebreken bij de treinen en het spoor. Zo wordt in het rapport benadrukt dat het spoor op de plek van het ongeval uitgerust was met het nieuwe remsysteem TBL1+, maar dat de locomotief daar niet mee was uitgerust.

Ook was het MEMOR-systeem, waarbij een rood lichtje begint te branden in de locomotief als de bestuurder door het rood rijdt, niet aanwezig. Dat is nochtans verplicht.

Bovendien bleek uit metingen dat de spanning op het rode noodsein te laag was. Volgens het Onderzoeksorgaan schijnt het licht daardoor minder fel en is het dus minder zichtbaar. De vraag wordt gesteld of de treinbestuurder het sein wel voldoende kon zien.

Het Onderzoeksorgaan geeft de NMBS en Infrabel drie maanden de tijd om met een actieplan te komen. Ze moeten onder andere duidelijk maken hoe ze de veiligheid op het spoor sinds het ongeval hebben aangepakt.