Conservatief Samaras zoekt meerderheid in parlement

De parlementsverkiezingen in Griekenland zijn uitgedraaid op een ramp voor de twee grote partijen die nu samen in de regering zitten. Zelfs samen hebben ze net geen meerderheid meer in het parlement en dat is slecht nieuws voor de Europese besparingsplannen.

De twee grote partijen hebben beiden fors verloren, maar de conservatieve Nea Dimokratia van Antonis Samaras (grote foto) verloor het minst. Als leider van de grootste partij krijgt hij nu van president Karolos Papoulias de opdracht om een nieuwe regering te vormen.

Volgens de grondwet krijgt Samaras daarvoor drie dagen. Als hij mislukt -en die kans is groot- is het de beurt aan de tweede partij, de extreemlinkse Syriza, en dan aan de derde, de socialistische Pasok. Ook die krijgen elk slechts drie dagen en als ze mislukken, komen er vrijwel zeker nieuwe verkiezingen.

Aan de Griekse verkiezingen hebben zondag 32 partijen deelgenomen. Een enorme verslintering van het politieke landschap is het resultaat. In totaal haalden 7 partijen de kiesdrempel van 3%.

De twee grote traditionele partijen, die elkaar al 37 jaar afwisselen aan de macht en nu samen regeren, de conservatieve Nea Dimocratia en de socialistische Pasok, hebben samen 149 van de 300 zetels in het parlement, net geen meerderheid. Beide partijen willen doorgaan met de besparingsplannen die de EU aan Griekenland oplegt, maar dat werd door de Griekse kiezers duidelijk afgestraft. Ze moeten op zoek naar een derde coalitiepartner.

Neergang van traditionele partijen

Nea Dimokratia haalde nog 19% van de stemmen en wordt daarmee de grootste partij. Daardoor komt de partij ook uit op 108 zetels in het parlement, want de grootste partij krijgt er in het Griekse systeem 50 zetels bij.

De socialistische Pasok valt van meer dan 40% terug tot een schamele 13,3% en wordt daarmee de derde partij van het land. Voor de nieuwe partijleider en architect van het besparingsprogramma Evangelis Venizelos (foto) is dat een persoonlijke, maar niet onverwachte nederlaag.

Vooral radicaal-links heeft garen gesponnen bij het grote ongenoegen van de bevolking over de harde besparingen. De extreemlinkse Syriza kon 16,6% van de kiezers verleiden en springt daarmee over de Pasok naar de tweede plaats. Syriza komt uit op 52 zetels en liet al weten niet met partijen te willen besturen die de Europese besparingsmaatregelen aanvaarden.

Ook de neonazipartij Gouden Dageraad, die openlijkt dweept met het Griekse kolonelsregime, wint sterk en komt met 6,9% (en 21 zetels) in het parlement. Bij de vorige verkiezingen haalde de partij niet eens 1% van de stemmen. Na het einde van het kolonelsregime in 1973 bleven extreemrechtse partijen weg uit het Griekse parlement.

De derde partner voor de ND en Pasok zou de kleinere partij Democratisch Links of Dimar kunnen worden. Die haalde 19 zetels, is sociaaldemocratisch en pro-Europees en zou tegen een aantal voorwaarden mogelijk wel aan boord van een meerderheid gehesen kunnen worden.

Zetelverdeling Grieks parlement

Deze 7 partijen haalden de kiesdrempel van 3% en verdelen de 300 zetels in het Griekse parlement.

  1. Nea Dimokratia (rechts conservatieven) - 108 zetels
  2. Syriza (radicaal-links) - 52 zetels
  3. Pasok (socialisten) - 41 zetels
  4. Panos Kammenos (rechts-nationalisten) - 33 zetels
  5. KKE (communisten) - 26 zetels
  6. Gouden Dageraad (neonazi's) - 21 zetels
  7. Dimar (Democratisch links) - 19 zetels

Griekenland weer struikelbok in de EU?

Nu er een impasse dreigt in de Griekse politiek, is dat ook een probleem voor Europa en voor de eurozone in het bijzonder. Dat land wordt overeind gehouden door twee hulpplannen van honderden miljarden euro van de Europese Unie en het Internationaal Muntfonds (IMF).

Aan die hulp zijn strenge voorwaarden verbonden inzake een hervorming van de staatsfinanciën, besparingen, het terugdringen van de schuldenlast en het liberaliseren van de erg gesloten economie. 

Het is niet duidelijk wie dat programma nu voort gaat zetten en dat kan de uitgifte van nieuwe schijven hulp op de helling zetten. Mocht Griekenland helemaal bankroet gaan, keert dat probleem weer als een boemerang terug naar de Europese banken en in latere instantie voor de eurozone in haar geheel. 

Naast een financieel probleem met Griekenland hebben we er in Europa dus ook nog een politiek probleem met Athene bij.