Verdienen parlementsleden te veel? "Ja en nee"

Het volledige loonpakket van een Vlaams Parlementslid is beter dan dat van de meeste andere buitenlandse parlementsleden. Zo krijgen Vlaamse Parlementsleden een veel beter pensioen dan andere volksvertegen- woordigers in Europa. In vergelijking met de Vlaamse arbeidsmarkt is het loonpakket ongeveer hetzelfde. Dat blijkt uit een studie die het Vlaams Parlement had besteld.

De studie kwam er nadat de federale regering begin dit jaar besliste om de lonen van senatoren en Kamerleden met 5 procent te verminderen.  Daarnaast werd beslist dat Kamerleden en senatoren voortaan pas na een carrière van 36 jaar (in plaats van 20 jaar) recht zouden hebben op een volwaardig pensioen.

Op Vlaams niveau wordt al een hele tijd over de kwestie gepraat. Voor de aanpassing van de vergoedingen en pensioenen wilde het Vlaams Parlement wachten op de resultaten van een vergelijkende studie. Die is er nu.

Hogere forfaitaire onkostenvergoedingen

Wie als parlementslid begint, verdient per jaar 48.597 euro netto. Een commissievoorzitter krijgt 50.439 euro netto. Uit de studie blijkt dat die lonen niet hoger zijn dan die van vergelijkbare functies op de Vlaamse arbeidsmarkt.

Wel is de forfaitaire onkostenvergoeding van de parlementsleden hoger dan elders op de arbeidsmarkt. Jaarlijks gaat het om 23.627 euro voor een parlementslid. In de privésector bedraagt de netto onkostenvergoeding 1.800 euro per jaar.

In vergelijking met hun buitenlandse collega's worden Vlaamse Parlementsleden met speciale functies, zoals fractieleiders, de secretarissen en de (onder)voorzitter, beter betaald en krijgen ze ook een hogere onkostenvergoeding. Ook de pensioenregeling is beter. Momenteel volstaat een loopbaan van twintig jaar om recht te hebben op een volwaardig pensioen.

Wie niet meer verkozen is, krijgt ook een uittredingsvergoeding die royaler is dan in andere parlementen. Al wordt de uitkering niet meer uitgekeerd aan wie zelf ontslag neemt.

Werkgroep bespreekt de resultaten

Een werkgroep komt van de week nog samen om zich te buigen over de resultaten. Bedoeling is om op korte termijn maatregelen te nemen. Over de pensioenregeling moet met de andere Belgische parlementen gepraat worden, maar de uittredingsvergoeding is een Vlaamse zaak.

"Wat de pensioenleeftijd betreft, zullen we moeten evolueren naar 62 jaar, zoals het geldt op de Vlaamse arbeidsmarkt", zegt alvast Open VLD-fractieleider Sas Van Rouveroij.

Groen wijst erop dat de studie "niet het hele verhaal brengt". "Er is geen aandacht voor parlementsleden die hun functie combineren met andere mandaten. Dat moet ook in rekening worden gebracht", stelt fractieleider Filip Watteuw.