Het einde van WOII: dag op dag 67 jaar geleden

Vandaag is het dag op dag 67 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Dat wordt met verschillende plechtigheden in heel het land gevierd. Premier Elio Di Rupo (PS) is met jongeren uit verschillende Europese landen op bezoek in concentratiekamp Auschwitz-Birkenau.

Ons land is dit jaar voorzitter van de International Holocaust Remembrance Organization (IHRO). Die internationale organisatie moet de herinnering aan de Holocaust levend houden, onder meer door initiatieven in het onderwijs.

In het kader daarvan is Di Rupo op dit moment in Polen, daar stond in de Tweede Wereldoorlog het concentratiekamp van Auschwitz-Birkenau. Di Rupo wordt vergezeld door minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen Joëlle Milquet, Waals minister-president Rudy Demotte en Brussels minister Jean-Luc Vanraes.

Zaterdag vertrok een trein vanuit Schaarbeek met duizend jongeren aan boord naar het strafkamp. De jongeren komen onder meer uit ons land, maar ook uit Italië, Spanje, Nederland en Rusland.

In de kampen van Auschwitz kwamen 1,1 miljoen mensen om het leven in de periode tussen 1941 en 1945. Daarmee was Auschwitz het grootste vernietigingskamp. In totaal zouden tijdens de Tweede Wereldoorlog 11 miljoen mensen vermoord worden door Duitse troepen. Ongeveer 6 miljoen slachtoffers waren joods, de anderen onder meer zigeuners, mensen met een handicap en homoseksuelen.

"Altijd en overal inzetten tegen extremisme"

Di Rupo waarschuwde in een toespraak voor de opkomst van extremisme in tijden van economische crisis. Hij riep de jongeren op om zich te engageren tegen extremistische ideologieën. "Jongeren liggen vaak aan de basis van verandering naar een betere toekomst. Ik hoop dat jullie gevoeliger zijn voor rechtvaardigheid, onrecht aan de kaak stellen en jullie altijd en overal inzetten tegen extremisme"

Ook in ons land wordt het einde van de oorlog gevierd, onder meer door Defensie. Die nodigde Vlaamse, Waalse en Brusselse scholen uit voor een plechtigheid waarin de leerlingen teksten voorlazen en bloemen neerlegden aan het Graf van de Onbekende Soldaat in Brussel.

De scholieren bezochten ook de Kamer en de Senaat, waar ze discussieerden over verdraagzaamheid en democratie met oud-strijders en verzetsmensen.