Spanje nationaliseert bijna helft van Bankia

De Spaanse overheid nationaliseert 45 procent van een van de grootste banken van het land. Bankia zit opgescheept met 38 miljard euro aan rommelkredieten, de meeste houden verband met de vastgoedcrisis in het land. Daarmee komt meteen een einde aan de speculatie over de toekomst van de bank.

De overheid kiest ervoor om de staatsteun die ze eerder aan de bank gegeven had om te zetten in aandelen, waardoor de Spaanse staat ongeveer 45 procent van de aandelen verwerft. In principe komt deze omzetting overeen met een nationalisatie.

Bankia, dat is ontstaan door een fusie van en aantal regionale spaarbanken, zit opgescheept met 38 miljard euro aan dubieuze kredieten. Het gaat om vastgoedprojecten die onbetaald zijn gebleven en aangeslagen zijn door de banken. Die proberen dat vastgoed tegen spotprijzen op de markt te brengen, maar door de crisis is er weinig vraag.

Intussen heeft de Spaanse regering een nieuw reddingsplan voor de banksector aangekondigd. Naar alle waarschijnlijkheid worden de banken verplicht om nog meer verliezen voor hun woonkredieten in te boeken. Dat zou ervoor kunnen zorgen dat de Spaanse overheid met meer vers geld over de brug moet komen. De Spaanse langetermijnrente is ondertussen tot boven de kritische grens van 6 procent gestegen.

De regering van Mariano Rajoy blijft intussen achter het Europese begrotingspact staan. “Spanje heeft het pact ondertekend en zal het blijven steunen in de toekomst”, zei Rajoy daarover. Hij onderstreept dat overheidstekorten op de begroting tot een minimum beperkt moeten worden. Een belofte die hij moeilijk zal kunnen houden als zijn regering staatsteun moet geven aan de banksector, want het aantal rommelkredieten in Spaanse banken wordt geschat op 184 miljard euro.