Al 938 doden sinds staakt-het-vuren in Syrië

Het geweld houdt aan in Syrië. Een maand na het ingaan van een staak-het-vuren in Syrië is daar op het terrein nauwelijks iets van te merken. Vanavond zou er een grote ontploffing in de buurt van een een lokaal hoofdkwartier van de partij van de president geweest zijn.

Sinds het in werking treden van het staakt-het-vuren op 12 april zijn al 938 mensen omgekomen door het geweld. Onder hen zijn er 662 burgers. Dat meldt het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten.

De militanten zeggen dat het leger vandaag nog eens op betogers heeft geschoten in Damascus en andere steden. De staatstelevisie van zijn kant zegt dat veiligheidsdiensten een nieuwe bomaanslag hebben verijdeld.

Verschillende bronnen melden dat in de noordelijke stad Aleppo een grote onploffing te horen was in de buurt van een lokaal hoofdkwartier van de partij van de president, maar dat is niet bevestigd. Eerder had de staatsmedia gemeld dat de veiligheidsdiensten in die stad een terrorist hadden gedood met niet minder dan 1.200 kilo explosieven in zijn auto, maar ook dat nieuws is niet bevestigd. Het is ook niet duidelijk of er een verband is tussen beide voorvallen.

Gisteren vielen zeker 55 doden bij twee aanslagen nabij een gebouw van de inlichtingendienst in de hoofdstad Damascus. Ook daarbij werden bomauto's gebruikt. De minister van Binnenlandse Zaken bevestigde dat er twee auto's geladen met meer dan 1.000 kilo explosieven gebruikt werden.

Leden van de oppositie beschuldigen president Bashar al-Assad ervan om de bomaanslagen zelf in scène te zetten, in een poging om de oppositie te discrediteren.