Bezeten door de duivel en gefolterd tot de dood

Overal volle en lege waterflessen van 5 liter en in de badkamer haren in de badkuip, op de tegels en de vloer. Dat is wat de politie op 5 augustus 2004 aantreft in een appartement in Schaarbeek. Op een matras in de woonkamer ligt een stervende jonge vrouw. Diezelfde avond begeeft het hart van de 23-jarige Latifa Hachmi het in het ziekenhuis. Vanaf vandaag staan zes beklaagden terecht voor het Hof van Assisen in Brussel voor het zogenoemde proces over duiveluitdrijving.

De autopsie wijst op honderden slagen met een bot voorwerp, sporen van wurging en water in haar longen, een teken van bijna-verdrinking.

Latifa Hatchmi was tien dagen lang in bad ondergedompeld geweest en geslagen. Eten deed ze nauwelijks, maar ze werd verplicht tientallen liters water per dag te drinken. Dat alles onder het constant aanhoren van koranverzen onder een hoofdtelefoon.

De duivel moest uit haar lijf en degene die dat moest doen was Xavier M., een 26-jarige zelfverklaarde exorcist. De Belg M. bekeerde zich op zijn 15e tot de islam en werd ingewijd in de geheimen van de duiveluitdrijving door leermeester Abdelkrim A.

Een "djinn" in haar lichaam

Latifa kwam in contact met M. en A. in de radicaal-islamitische vzw La Plume in Schaarbeek. Het zijn Latifa's “moslimzussen” uit deze vzw die haar ervan overtuigen dat ze bezeten is door een "djinn", een duivel. De jonge vrouw kan immers geen kinderen krijgen en volgens goeroe A. is daar maar één remedie tegen: de duivel met geweld uit haar lijf verdrijven.

En zo beginnen Xavier M. en drie vrouwelijke assistenten aan hun tien dagen durende duiveluitdrijving. M. schrijft met saffraan koranverzen op een stuk plastic, lost die op in water en dwingt Latifa deze tientallen liters bruin water te drinken en opnieuw uit te braken. Jamila Z., een van de assistenten, duwt telkens twee vingers diep in Latifa's keel om de duivel die daar in de vorm van een knoop zit weg te masseren en uit te bannen. Maar dan loopt het fout en lijkt Latifa niet meer te ademen.

Mourad M., de echtgenoot van Latifa, verklaart later dat hij de hulpdiensten eerder wilde bellen, maar dat de anderen hem dat afraadden. Een nacht goed uitrusten, uiteraard met de hoofdtelefoon met koranverzen op, zou Latifa er wel bovenop helpen. Maar toen de hulpdiensten op 5 augustus 2004 ter plaatse kwamen, bleek Latifa te erg verzwakt om nog geholpen te worden.

Xavier M. en de twee assistenten die die middag nog aanwezig waren geweest, waren nergens te bespeuren. Echtgenoot Mourad M. verklaarde aan de hulpdiensten dat zijn vrouw “onwel” was geworden. De precieze rol van elk van de beklaagden is niet duidelijk. In hun verklaringen wijzen ze allemaal met een beschuldigende vinger naar mekaar. Maar op één punt is er wel grote eensgezindheid: het was Latifa zelf die deze duiveluitdrijving wilde.

Niet het eerste proces

Voor de zes beklaagden – echtgenoot Mourad M., bekeerling Xavier M., goeroe Abdelkrim A. en de drie assistenten - is het vandaag niet de eerste keer dat ze aan hun eerste procesdag beginnen. In januari 2006 werden vijf van hen al eens veroordeeld door de correctionele rechtbank.

Ze stonden toen terecht voor slagen en verwondingen met de dood tot gevolg, maar zonder de bedoeling te doden. “Exorcist” Xavier M. kreeg vijf jaar cel met uitstel en echtgenoot Mourad M. vier jaar met uitstel. Geen van beide mannen moest dus naar de gevangenis. Leermeester Abdelkrim A. werd vrijgesproken omdat hij op het moment van de feiten in Marokko was.

De familie van Latifa ging in beroep, ontzet door de in hun ogen lichte straffen. En het is de beslissing van de rechter in beroep die nu wel eens tot een heel andere uitkomst zou kunnen leiden. Het hof van beroep oordeelde immers dat het niet om slagen en verwondingen ging, maar wel degelijk over foltering. En voor foltering is alleen het hof van assisen bevoegd.

Zo komt het dat de zes beklaagden, bijna acht jaar na de feiten, voor de tweede keer berecht worden. Met als grote verschil dat ze zich vanaf vandaag voor een volksjury moeten verantwoorden. De zes riskeren een gevangenisstraf tussen 20 en 30 jaar.

Liesbeth Indeherberge