Blazen we samen een nieuwe bubbel?

Tijdens de vorige eeuwwisseling gingen aandelenkoersen van internetbedrijven, klein en groot, door het dak. Tot in 2000 de dotcombubbel keihard barstte. Nu lopen investeerders storm voor beursintroducties van sociaalnetwerksites. Terecht? Of wordt een nieuwe bubbel geblazen?
AP2012

Voor wie rond de vorige eeuwwisseling in aandelen belegde, zal het nog vers in het geheugen liggen. In de late jaren 90 veroverde het internet de wereld en dus ook de beurs. Investeerders liepen elkaar over de voeten om miljarden dollars en euro's te pompen in kleine internetbedrijven.

Dat die bedrijven toen nog geen winst maakten of vaak zelfs niet eens inkomsten hadden, mocht geen probleem zijn. Het internet zou eenieders leven op zo'n ingrijpende manier veranderen dat de inkomsten snel zouden volgen. Al die kleine bedrijven zouden al gauw monsterbedrijven worden, waardoor de investering dubbel en dik zou worden terugverdiend.

Helaas. De economische tijden veranderden en geld werd duurder en dus schaarser. De internetbedrijfjes die leefden van goedkoop geleend geld (eigen geld was er niet) gingen een voor een over de kop. In maart/april 2000 crashte de Nasdaq, de beurs waarop die bedrijfjes hun notering hadden. Op goed 2 jaar tijd zakte de koers van de Nasdaq van meer dan 5.000 punten tot goed 1.000 punten. Vandaag, 10 jaar later, noteert de Nasdaq rond 3.000 punten.

Is een nieuwe zeepbel in de maak?

Nu bedrijven als LinkedIn, Groupon en Facebook naar de beurs trekken, durven sommigen gewag maken van een nieuwe bubbel, dit keer rond sociale netwerken. De waarderingen van onder meer Facebook doen dan ook sterk denken aan de waarderingen van de late jaren 90.

In de aanloop naar de beursgang werd Facebook gewaardeerd op 100 miljard dollar. Dat is een onwaarschijnlijk hoog bedrag. Zeker als je weet dat Facebook vorig jaar "maar" 1 miljard dollar winst heeft gemaakt. Een belegger investeert dus niet in het Facebook van vandaag, maar dat van morgen.

Facebook bevindt zich immers in een unieke positie: het beschikt over de persoonlijke gegevens van 900 miljoen mensen. Een onwaarschijnlijke schat aan informatie, waarvan adverteerders spontaan het speeksel in de mond krijgen. Die schat ten gelde maken is de grote uitdaging waarvoor Facebook staat.

Het is gelukkig crisis

Ook al swingen de waarderingen van sociaalnetwerksites de pan uit, toch zijn er heel wat verschillen met de internetgekte van dik 10 jaar geleden.  Zo verdienen veel van hen wel degelijk geld en maken ze zelfs winst. Zo maakte de cv-site LinkedIn in 2010 en 2011 meer dan 10 miljoen euro winst en over de 1 miljard dollar winst van Facebook in 2011 hadden we het eerder al.

En dan is er de economische crisis. Het economische klimaat is nu veel slechter dan eind jaren 90 en de beurscrash in 2008 en 2009 die volgde op de ineenstorting van de vastgoedmarkt in de VS, ligt nog vers in het geheugen. Misschien zullen investeerders wel twee keer nadenken eer ze met geleend geld op nieuwe avonturen trekken.

Een derde factor die de druk van de zeepbel kan houden, is het aantal bedrijven dat naar de beurs trekt. Want ook al zijn de sociale media een hype, ze zijn op de beurs voorlopig met een heel pak minder dan de internetbedrijven in de jaren 90. En bovendien zetten ze vaak pas in een veel later stadium de stap naar de beurs.

Is Mark Zuckerberg 100 miljard waard?

Toch is het zeker niet allemaal rozengeur en maneschijn bij de sociale netwerken. Zo lijkt hun toekomst wel heel erg te vallen of te staan bij de gratie van hun oprichter(s). Zo heeft Mark Zuckerberg, oprichter van Facebook, ongeveer 60 procent van de Facebook-stemrechten. Dat betekent dat Zuckerberg in feite alleenheerser is over zijn bedrijf.

Dat werd onlangs pijnlijk duidelijk bij de overname van Instagram, een sociale foto-applicatie voor smartphones. Zuckerberg besloot na een tête-à-tête van drie dagen met de baas van Instagram, om op eigen houtje 1 miljard dollar op tafel te leggen en dat voor een bedrijf met een tiental medewerkers en 0 dollar winst. De andere aandeelhouders van Facebook werden na afloop vriendelijk op de hoogte gebracht van de nieuwe aankoop.

Ook in andere bedrijven rond sociaalnetwerksites is het de oprichter die de plak zwaait. Het succes van zulke bedrijven hangt dus vaak af van de (on)kunde van de alleenheersende bezieler. De vraag is dus niet: "Is Facebook 100 miljard waard?", maar wel: "Is Mark Zuckerberg 100 miljard waard?"

"We hebben een zootje gemaakt van onze boekhouding"

Ook op het vlak van boekhouding worden nog dure lessen geleerd. Zo bleek onlangs nog bij de resultaten van Groupon. De kortingbonnetjessite moest toegeven dat het 15 miljoen dollar verlies had gemaakt in het eerste kwartaal van zijn beurscarrière, terwijl een winst van 15 miljoen was aangekondigd.

Groupon had een potje opzij gezet om ontevreden klanten te vergoeden en dat bleken er een pak meer te zijn dan geschat. Het bedrijf gaf zelfs toe van zijn boekhouding een zootje te hebben gemaakt. Het aandeel werd afgestraft en is sinds zijn beursintroductie al meer dan de helft van zijn waarde kwijt.

Die gouwe ouwe Facebook

Of de trek naar de beurs van de sociaalnetwerksites een succes wordt, zal moeten blijken. Toch lijken de meeste enkele stapjes voor te hebben ten opzichte van de internetjonkies uit de jaren 90. En laten we niet vergeten dat enkele jonkies van toen, nu grote, gezonde marktleiders zijn met stabiele beurskoersen.

Toch is waakzaamheid geboden. Want wat als de economie aantrekt en het geld weer rijkelijk vloeit? Dan zouden investeerders wel eens bij de laatste nieuwe sociale hype kunnen belanden en dan is een zeepbel nooit veraf. Dan zullen ze misschien denken: waren we toen maar met ons geld bij die gouwe ouwe Facebook gebleven.

Kevin Calluy