Hoera, we gaan naar de beurs!

De nakende beursintroductie van de sociaalnetwerksite Facebook zet de financiële wereld in rep en roer. Maar hoe gaat zoiets nu eigenlijk in zijn werk en welk zijn de grootste beursintroducties ooit?

Stel: u en ik hebben een schitterend idee en richten een bedrijfje op: BlueStone Software. We maken ons spaarvarkentje leeg en kunnen wat investeerders zoals bijvoorbeeld IMEC (het nanotechnologiecentrum van de KULeuven) of het investeringsfonds Gimv overtuigen om extra startkapitaal in te brengen.

We werken ons te pletter en BlueStone wordt al eens opgemerkt in De Tijd of de economiepagina's van deredactie.be. BlueStone heeft echter ook meer kapitaal nodig om te groeien. Dat kan door nieuwe investeerders te verleiden. Als we echter een deel van de aandelen naar de beurs brengen, kunnen we die verspreiden over een groot aantal beleggers en behouden we gemakkelijker de controle, ook met een minderheidsbelang.  

Er zijn  echter ook nadelen: als beursgenoteerd bedrijf gaan we werken met andermans geld en zijn we onderworpen aan strikte transparantieregels inzake financiële gegevens, omzet en het verplicht publiceren van kwartaalresultaten. Ook moeten we een duidelijke structuur hebben met raad van bestuur en aandeelhoudersvergaderingen. Tenslotte zullen we voortaan ook onze winst moeten delen met de aandeelhouders.

Stressen tot de bel gaat

Een IPO (initial public offering) of beursintroductie is erg complex. Net daarom heeft God zakenbanken geschapen, die ons met hun expertise en contactennetwerken gaan begeleiden, maar helaas is dat verre van gratis. We nemen (de fictieve) KBFortius en Bank Ingenta onder de arm en die pluizen onze boeken uit en stellen -erg belangrijk- een prospectus op met alle gegevens die de beleggers en de toezichthouders over ons bedrijf moeten weten.

Met die prospectus kunnen we een aanvraag richten aan de beurs waar we naartoe willen, bijvoorbeeld Euronext Brussel of Nasdaq of allebei. We moeten wel eerst de toestemming krijgen van de financiële toezichthouders. In België is dat de FSMA (Financial Services and Markets Authority), in Amerika heet dat SEC (Securities and Exchange Commission).

Als die groen licht geven, houden we een "roadshow" en publiciteitscampagne om BlueStone in de spotlights te plaatsen. Onze banken berekenen intussen een uitgifteprijs per aandeel en die is gebaseerd op de verwachte winsten in de toekomst en de groei van het bedrijf. Die prijs geeft ook een waardering voor het hele bedrijf. De banken treden ook op als "underwriter", waarbij ze zich engageren om de aandelen die we prijsgeven, te plaatsen bij institutionele beleggers zoals pensioenfondsen, verzekeraars en dergelijke.

En dan komt de grote dag. Op ons paasbest trekken we naar de beurs Euronext Brussel (of Nasdaq) en kunnen we er fier de openingsbel luiden, waarna de notering van ons bedrijf start.  Champagne is dan op zijn plaats want nu krijgen we dus het geld binnen waar we al die tijd voor gewerkt hebben en slapeloze nachten voor gelaten hebben. Ook onze investeerders van het eerste uur, IMEC en Gimv, kunnen dan hun aandelen met een fikse meerwaarde te gelde maken. Uiteraard kunnen we later nog meer aandelen naar de beurs brengen.

Veel tamtam, maar niet de grootste

Facebook zal zo minstens 18,4 miljard dollar ophalen op de beurs Nasdaq in New York. Dat zou het bedrijf waarderen op 104 miljard dollar. Het is uiteraard een van de meest gemediatiseerde beursintro's ooit en de grootste in de  internetsector, meer nog dan die van Google die in 2004 ruim 1,66 miljard dollar in het laatje bracht.  In de VS moet Facebook enkel Visa en de Italiaanse energiegroep Enel laten voorgaan. 

Wie wordt daar nu beter van? In de allereerste plaats oprichters Mark Zuckerberg, Dustin Moskovitz en Eduardo Saverin die respectievelijk 28%, 6% en 5% van Facebook bezitten. Saverin werd eerder door Zuckerberg ontslagen, maar behield wel zijn aandelen.

Het investeringsfonds Accel Partners is met 20% de tweede aandeelhouder voor het Russische fonds Digital Sky met 10% en het personeel bezit nog eens 30%.

Dan volgen nog bekende investeerders en zakenlui die eerder zelf bedrijven oprichtten en naar de beurs brachten. Het gaat om Marc Andreesen (Netscape), Sean Parker (oprichter van Napster), Peter Thiel (PayPal), Mark Pincus (Zynga) en Reid Hoffman (LinkedIn). Het is trouwens opvallend dat de mensen achter LinkedIn, Zynga en Facebook in elkaars bedrijven investeerden. Daarnaast passeren nu ook Elevation Partners - het fonds van de Ierse zanger van U2 en wereldverbeteraar Bono-, de Hongkongse miljardair Li Ka-shing, de bank Goldman Sachs en Microsoft langs de kassa van Facebook.

Uiteraard zitten de dertig banken die de beursintroductie begeleiden, ook aan de vleespotten. Morgan Stanley leidt die operatie, maar moet de buit delen met onder meer JP Morgan Chase, Goldman Sachs, Bank of America, Deutsche Bank, Citigroup en Crédit Suisse. Die zouden onder zich 55 miljoen dollar verdelen. 

Jos De Greef