Spaanse begrotingstekort groter dan geraamd

Het begrotingstekort in Spanje was vorig jaar nog groter dan eerst was gemeld. In plaats van 8,5 is het 8,9 procent van het bbp. De oorzaak ligt bij vier van de zeventien regio's, die meer uitgaven dan gepland.

Het Europese stabiliteitspact verplicht de lidstaten van de Europese Unie om het begrotingstekort onder de 3 procent te houden, maar Spanje is een van de landen die daar al een tijdje niet meer in slaagt. Met een begrotingstekort van meer dan 8 procent zit het Zuid-Europese land fors boven de norm.

Gisteravond maakte de Spaanse regering bekend dat het begrotingstekort nog eens hoger ligt dan eerst was gemeld. In plaats van 8,5 procent bedraagt het begrotingstekort van 2011 nu 8,9 procent.

De oorzaak van die stijging ligt bij vier van de zeventien autonome regio's. Die gaven vorig jaar meer uit dan gepland. Het gaat om Madrid, Valencia, Andalusië, Castilië en Léon.

Het is al de tweede keer dat het begrotingstekort wordt aangepast. Eerder moest de conservatieve regering van premier Mariano Rajoy (foto) het tekort al herzien van 6 procent - een raming van de voormalige socialistische regering - naar 8,5 procent.

De Spaanse regering keurde onlangs een fors besparingsplan goed om aan de begrotingseisen van Europa te voldoen. In 2012 mag het tekort maximaal 5,3 procent bedragen. Volgend jaar moet Spanje opnieuw onder de 3 procent duiken.

Spanje verkeert net als Griekenland en andere Europese landen in een diepe economische crisis. De werkloosheid is er torenhoog en de langetermijnrente zit rond het alarmpeil van 6 procent. Gisteren kreeg de Spaanse bankensector bovendien nog een tik van kredietbeoordelaar Moody's. Die verlaagde de kredietwaardigheid van 16 Spaanse banken.