Mensenrechten en het Eurovisiesongfestival

De machthebbers in Azerbeidzjan waren maar wat blij toen Ell & Nikki vorig jaar in Düsseldorf het Eurovisie Songfestival wonnen met het nummer "Running scared". Daarmee zou een van de best bekeken televisie-uitzendingen in de wereld naar het wat afgelegen land aan de Kaspische Zee komen. De hoofdstad Bakoe kon zich eindelijk op de kaart zetten als een bruisende en trendy stad.

Een goede 100 jaar geleden moest Bakoe daar geen inspanningen voor doen. De oliebronnen rondom de stad zorgden voor ongeveer de helft van de olieproductie in de wereld. Bakoe was een moderne en kosmopolitische stad waar oliebaronnen zoals Rockefeller, Rothschild en de gebroeders Nobel geregeld vertoefden. Ze legden er de basis van hun fortuin. Maar toen Azerbeidzjan werd ingelijfd bij de Sovjet-Unie was het meteen gedaan met het oliekapitalisme.

Sinds de hernieuwde onafhankelijkheid in 1991 beleeft Azerbeidzjan zijn tweede olie- en gasbonanza. Nieuwe ontdekkingen in de Kaspische Zee maken van het land een gegeerde partner voor de dorstige economieën in het westen. Azerbeidzjan produceert niet alleen veel olie en gas, het is voor West-Europa ook strategisch gelegen voor de doorvoer van die energiebronnen uit Centraal-Azië.

Europa hoopt daarmee zijn afhankelijkheid van Rusland te verminderen. De EU probeert daarom goede maatjes te zijn met het regime in het land. Ook Rusland houdt zich niet afzijdig. De voormalige Sovjetstaat ligt voor Moskou in het zogenaamde “nabije buitenland”, de Russische invloedssfeer, en Rusland doet er alles aan om Azerbeidzjan nog sterker aan zich te binden.

Olie- en gasgeld stroomt rijkelijk

Voor het Songfestival stroomt het olie- en gasgeld alvast rijkelijk. De grote overdekte zaal (foto) waar het evenement plaatsvindt, is op minder dan een jaar gebouwd. Maar het regime heeft daarbij ook meteen zijn andere kant getoond. 

Volgens een rapport van Human Rights Watch werden tientallen families gedwongen uit hun huizen gezet om plaats te maken voor de glitter van het Songfestival.

Voor organisator EBU, de European Broadcasting Union, was het geen breekpunt. Volgens EBU ging de zaal hoe dan ook gebouwd worden zodat de uitdrijvingen niet te wijten waren aan het Songfestival.

Niet-democratisch regime vreest volksopstand

Toch is er meer aan de hand. Azerbeidzjan wordt geleid door de Alijev-clan. Geidar Alijev werd president in 1993, zijn zoon Ilham Alijev (foto) volgde hem na zijn dood in 2003 op via verkiezingen die door de meeste internationale waarnemers als niet-democratisch werden bestempeld.

De laatste jaren versterkt Alijev zijn greep op de samenleving. In het parlement zit geen oppositie meer. De Arabische lente heeft de paranoia van het regime nog aangewakkerd. Ook Bakoe vreest een volksopstand, want een groot deel van de Azeri’s ziet niets van de olierijkdom en leeft in armoede.

Bij betogingen vorig jaar werden honderden mensen gearresteerd. Nog altijd zitten 14 mensen in de gevangenis voor hun rol bij die betogingen. Een week voor het Songfestival werd een oppositiebetoging in Bakoe nog hardhandig uit elkaar geslagen door de oproerpolitie. 18 deelnemers werden gearresteerd.

Journalisten wordt gechanteerd

Journalisten hebben intussen alle moeite om hun werk naar behoren te doen. Zo kreeg Khadija Ismailova, een journaliste die werkt voor Radio Liberty, een brief in de bus met foto’s van een video waarin ze seks had met haar vriend.

Die zou op het internet worden geplaatst als ze niet stopte met haar onderzoek naar mogelijke persoonlijke verrijking van de presidentiële familie bij de constructie van het stadion waar het Songfestival doorgaat.

Blijkbaar was er ingebroken in haar appartement en was er een videocamera in haar slaapkamer verborgen. Khadiya boog evenwel niet voor de chantage en maakte de poging tot afpersing publiek. De video verscheen even later op het internet.

Het Songfestival is apolitiek

Mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International en Human Rights Watch verhogen intussen de druk op het regime nu het zo in de schijnwerpers staat met het Songfestival. Ondermeer door die druk kwam op 16 mei alvast één opposant vrij.

EBU probeert intussen het Songfestival uit het politieke vaarwater te houden. Het Songfestival is apolitiek, zegt de overkoepelende organisatie van de Europese publieke omroepen. En EBU heeft er alle belang bij om dat zo te houden, anders is het evenement ten dode opgeschreven.

Hoe zouden Cyprus en Turkije of Georgië en Rusland anders nog op één podium willen staan? Zelfs Wit-Rusland mag aantreden, ook al heeft de EU sancties afgekondigd tegen de politieke leiders in dat land vanwege het arresteren van de belangrijkste oppositieleiders. Je kan je afvragen wat EBU zal doen mocht Wit-Rusland winnen.

Armenië stuurt zijn kat wegens conflict

Voor één land is het Songfestival dit jaar evenwel niet apolitiek. Armenië komt niet. Gaan zingen bij de aartsvijand ging Jerevan te ver. De twee landen zijn nog altijd in oorlog met elkaar over het berggebied Nagorni-Karabach.

Officieel maakt het nog altijd deel uit van Azerbeidzjan, maar in de praktijk heeft Bakoe er niets te zeggen. De Armeense bevolking heeft zich onafhankelijk verklaard en Armeense troepen bezetten ook nog delen van het Azeri-grondgebied.

Sinds de wapenstilstand van 1994 is het een zogenaamde “bevroren” conflict geworden maar toch wordt er nog geregeld geschoten aan de demarcatielijn. Voor Azerbeidzjan is het verdrijven van de Armeense bezetting prioriteit nummer één. Het land is zich met het rijkelijk binnenstromende oliegeld snel aan het bewapenen en bereidt volgens waarnemers een offensief voor.

Maar daar zal tijdens de glitter en glamour van het Songfestival weinig van te merken zijn. Toch heeft het jaarlijkse tv-evenement nu al gezorgd voor een vernieuwde aandacht voor het Kaukasische wespennest waar grote geopolitieke belangen spelen, en dat op zich is al positief.

Jan Balliauw, diplomatiek redacteur VRT Nieuwsdienst