Vlaams Belang "knikkert" niet in de dorpen

In Antwerpen trekt Vlaams Belang hard van leer tegen het gemeentebestuur en vooral tegen burgemeester Patrick Janssens (SP.A). “Knikker ze buiten”. In de dorpen is de toon en de politieke actie heel anders gekruid. Met minder peper en zout.

Vlaams Belang haalt in Antwerpen alles uit de kast om de meerderheid rond burgemeester Patrick Janssens te breken.

Kopstuk Filip Dewinter wil “gedoogsteun” leveren aan een rechtse meerderheid met de N-VA. Hij wil een stap opzij zetten “als mijn persoon het struikelblok is”. Hij treedt af als fractieleider in het Vlaams Parlement om “zich volledig op Antwerpen te focussen” en pleit voor een “recht op discriminatie”.

Duidelijk profiel in Antwerpen

Dewinter trekt een duidelijke ideologische kaart die doet denken aan de beginperiode van Vlaams Blok als anti-migrantenpartij. Deze keer staan geen bokshandschoenen op de affiche, maar voert Vlaams Belang in Antwerpen actie met knikkers. “Knikker ze buiten” is de slogan.

Zoals toen verkent Dewinter ook nu de grenzen. De mogelijke interpretaties van de slogan komen de partij goed uit: “Ik weet dat mensen denken dat het om illegalen, vreemdelingen of criminelen gaat. Iedereen interpreteert het zoals hij wil, maar voor ons gaat "knikker ze buiten” om de vier partijen in het stadsbestuur."

Wat in de dorpen?

Vlaams Belang is een strak geleide partij. De partijtop waakt zorgvuldig over het imago en de eenheid van de politieke lijn. Onze politieke portretten van alle gemeenten werpen een boeiend zicht op het succes - of niet - van die strategie.

In Aartselaar ziet de partij “weinig redenen om problemen te hebben met het bestuur”. In Geel: “We moeten eerlijk zijn. Je kan altijd kritiek geven, maar de burgemeester heeft de stad al bij al niet slecht bestuurd.”  In Zuienkerke geeft de partij toe dat het bestuur goed werk levert en doet wat ze beloven.

In Dilsen-Stokkem is er zo goed als geen kritiek van alle oppositiepartijen. In Lanaken is de belangrijkste kritiek “het vele geld dat gaat naar dure studies”.

In Edegem is het paradepaardje van de burgemeester, de aankoop van Hof Ter Linden, volgens Vlaams Belang “een van de grootste verwezenlijkingen”. In Hemiksem klaagt de partij vooral over de “dure prijs van het afvalcontainerpark”.

Ook in Kalmthout behoort de belangrijkste kritiek tot de klassiekers van om het even welke oppositiepartij: “We moeten de tering naar de nering zetten”. Hetzelfde in Landen, Lede en in Kortenberg waar “het bestuur over het algemeen zijn werk goed doet”.

Ook als de partij sterk staat

In Borsbeek is Vlaams Belang de op een na grootste partij. Ze zou dus kunnen wegen op het politieke debat met de ideologische standpunten van de partijtop, zoals in Antwerpen.

Vlaams Belang in Borsbeek: “Je kan altijd klagen en zagen maar als het goed is, is het goed."Ook nog: “Natuurlijk zijn er dingen die wij anders willen zien, maar al bij al heeft de burgemeester dat goed gedaan.” De partij juicht toe dat de belastingen in de gemeente laag zijn gebleven.

Ook in Malle is Vlaams Belang de grootste oppositiepartij. Ook daar is de toon anders dan die van Filip Dewinter. Vlaams Belang concentreert zich op betaalbaar wonen, armoede en files.

Eén: "Het woonbeleid is een groot probleem. Veel jonge Mallenaren trekken weg uit Malle omdat ze geen betaalbare woning vinden." Twee: "De lagere middenklasse is zeer vatbaar voor armoede en een preventief beleid hiervoor schiet te kort." Drie: "De files in de dorpskern stijgen. Een grondige aanpak van het mobiliteitsprobleem is nodig."

Deze zinnen zijn in veel gemeenten te horen, zowel bij CD&V, SP.A, Open VLD, Groen als N-VA.

In Denderleeuw is er een discussie over integratie van vreemdelingen, maar focust Vlaams Belang vooral op de middenstand en het aanpakken van de leegstand: "We willen de plaatselijke handelaars stimuleren en een halt toeroepen aan de grote ketens die de stad overspoelen."

In Ronse, een kleine stad met grootstedelijke problemen, benadrukt Vlaams Belang de armoede. Het bestuur “importeert armoede in de plaats van te mikken op tweeverdieners”. In Niel waarschuwt de partij - even groot als de grootste coalitiepartij - vooral voor het ontsporen van de begroting.

Oostende is ook een stad waar Vlaams Belang de op een na grootste partij is. Ondanks de stedelijke problemen kan Vlaams Belang weinig wegen op de discussies. 

Het Brugge van de ex-voorzitter

Opvallend: ook in Brugge, de vroegere thuisbasis van ex-voorzitter Frank Vanhecke, klinkt de belangrijkste kritiek voorspelbaar, maar niet typisch voor het nationaal imago van het Vlaams Belang.

De evaluatie van het beleid in Brugge? "Heel wat krachtlijnen van het bestuur zijn niet gerealiseerd. Thema's die jaren geleden al belangrijk waren, zijn nog steeds niet gerealiseerd, denk maar aan het nieuwe stadion, de ondertunneling aan Lissewege of de ontsluiting aan Steenbrugge."

Toch pogingen

In Wommelgem is Vlaams Belang de op een na grootste partij. Sterk genoeg om Open VLD en CD&V te dwingen tot de enig mogelijke coalitie die het “cordon sanitaire” respecteert. Ook daar komen de thema’s van Filip Dewinter weinig aan bod.

Hun acties in de gemeenteraad gaan vooral over parkeerplaatsen op het dorpsplein; over de slechte organisatie van een “Zolder- en garageverkoop” - verkoop van de rommel die er staat - en over belastingen die niet verlaagd worden. De partij zorgt voor een wisselmeerderheid voor een nieuw cultuurhuis omdat dit ook “voor ons belangrijk is”.

Toch zijn er in Wommelgem pogingen om het migranten- en veiligheidsthema op de agenda te plaatsen. Een school schrapt na een klacht van een gemeenteraadslid van het Vlaams Belang een extra les van een project Wereldoriëntatie over Marokko. En gemeenteraadslid en ex-senator Freddy Van Gaever zet zijn “huis te koop” na een reeks inbraken.

Maar de partij weegt weinig op het politieke debat, ondanks de ruzies binnen de meerderheid waardoor Vlaams Belang de anderen tegen elkaar kan uitspelen.

Het ongenoegen borrelt binnen de eigen rangen. Een lid van de fractie bestempelt zichzelf tot onafhankelijke omdat de lokale afdeling “alleen maar op papier bestaat”.

Wel rond Antwerpen

In andere gemeenten sturen partijverantwoordelijken wel dezelfde politieke signalen uit als Filip Dewinter. Vooral in gemeenten rond Antwerpen.

Schelle: “Wat mij vooral tegen de borst stoot, zijn de inbraken in scholen. Als we hiertegen niet kordater gaan ingrijpen, zullen we ook de zwaardere stadscriminaliteit aantrekken.” Vlaams Belang is daar de enige partij die zich kant tegen de nieuwe moskee omdat die “grote parkeeroverlast met zich meebrengt”. In Duffel moet de gemeente opnieuw een eigen politiekorps kunnen oprichten.

Allochtoon, islam en criminaliteit

Sommige afdelingen koppelen allochtonen en criminaliteit aan elkaar. Ook vooral rond Antwerpen.

In Willebroek klinkt het: “Vooral ’s nachts moet er meer gepatrouilleerd worden. Eén nachtpatrouille volstaat zeker niet in een gemeente waar de vervreemding en de criminaliteit toeneemt."

Wijnegem: “We moeten vechten tegen islamisering en onveiligheid. Wijnegem moet een groene buffer blijven tussen Antwerpen en de Voorkempen." Ook in Boom domineert criminaliteit de discussie.

Zoals in Antwerpen zijn er ook rond Brussel een aantal afdelingen die deze link leggen.

In Denderleeuw waarschuwt de partij voor “de komst van vreemdelingen” uit Brussel. “Het Vlaamse karakter van de gemeente gaat compleet verloren als de instroom van allochtonen niet stopt. Denderleeuw mag geen voorstad van Brussel worden. Binnen de partij zijn we er zeker van dat veiligheid en migratie nog meer dan in 2006 de verkiezingen domineren.”

Ook in Mechelen, op de as tussen Antwerpen en Brussel, hoopt Vlaams Belang dat discussies over veiligheid de stemkeuze zullen bepalen. De partij poneert dat de stad te veel vreemdelingen aantrekt.

“Mechelen islamiseert. Men pakt dat niet aan, men promoot dat zelfs.” Ook: “Mechelen mag geen Mekka’len worden”.

Filip Dewinter is dus niet de enige die van criminaliteit en migranten een verkiezingsthema wil maken, maar in vele kleine en landelijke gemeenten volgen de partijgenoten deze strategie niet.

Hun taalgebruik en politieke verwijten lijken veel op die van om het even welke oppositiepartij. Vlaams Belang praat anders in de dorpen dan in de steden en ze delen er geen "knikkers" uit.

Erik Wijnen

lees ook