17-jarige Tseng doet Elisabeth-publiek opstaan

Op de laatste finaledag van de Koningin Elisabethwedstrijd was het aan twee 17-jarige "jonkies". De "halve Belgische" Esther Yoo kreeg lovende kritieken voor haar sonate van Mendelssohn. Maar de ster van de avond was de Taiwanees Yu-Chien Tseng, die het publiek uit de rode zeteltjes deed opstaan.

Kunnen de 2 jongste finalisten, allebei 17, zich bewijzen op het allerhoogste niveau? Dat is de vraag op deze laatste finaleavond. De Amerikaanse Esther Yoo is het eerst aan de beurt. Een Amerikaanse, maar wel een met een Belgisch tintje. Yoo woont al sinds haar zesde in Brussel. En ze volgt ook lessen in de muziekkapel waar de finalisten zich in volledige afzondering voorbereiden op hun optreden. Voor haar is het dus een thuismatch.

Als eerste werk speelt Yoo "Sonate in F" van Mendelssohn. De 17-jarige staat heel zelfverzekerd op het podium en haar vertolking wordt enthousiast onthaald, door het publiek en door kenner Guido De Neve, een van de beste violisten van het land. "Fantastisch, ik heb er geen andere woorden voor", zegt hij in "Elisabeth live" Op 12.

De Neve "heeft genoten van a tot z". "Die speelt viool alsof ze een eitje staat te bakken in de keuken", aldus de violist, die toch ook een klein puntje van kritiek ziet. "Het was nogal krachtig gespeeld, maar dat heeft misschien te maken met de grootte van de zaal. Voor mij had het iets lichter gemogen."

Cedric Murrath, de vaste arrangeur en violist van Hooverphonic, is de andere gast in "Elisabeth live". Hij volgt de Koningin Elisabethwedstrijd al sinds zijn kindertijd en heeft dat ook dit jaar gedaan. En dus heeft hij gezien dat Yoo het beter gedaan heeft dan in de halve finale en in de eerste ronde. "Ze heeft zich over de zenuwen heen kunnen zetten."

Vervolgens is het aan Yoo om het verplichte stuk, "Concerto pour violon et orchestre" van Kenji Sakai, af te werken. "Ze leek mij technisch gezien iets meer moeite te hebben met het werk dan sommige andere kandidaten", is De Neve al iets minder enthousiast. Het concerto van Sakai is omstreden, maar muzikant Murrath is een fan. "Het is een heel knap werk, rock-'n-roll ten voeten uit."

Yoo sluit af met "Concerto in D opus 61" van Ludwig Van Beethoven. Nog nooit heeft een finalist met dat concerto de wedstrijd gewonnen. Murrath ziet dat niet veranderen. "Ze liet zich wat gaan in het emotionele en verloor het technische wat uit het oog, waardoor ze soms de mist inging." Voor het overige zag hij wel passie en overtuiging.

Ook De Neve is een beetje op zijn honger blijven zitten. "Het concerto heeft de mogelijkheid om heel breekbaar te zijn, maar dat heb ik niet gehoord. De samenwerking met het orkest verliep ook moeizaam", zegt de vioolkenner. "Ik heb veel gehoord dat ik al eerder gehoord heb."

Yoo's lange witte jurk met blinkende steentjes heeft dan weer de bewondering gewekt van presentatrice Katelijne Boon. "De prachtigste jurk van het hele concours", klinkt het. De finaliste neemt het compliment in dank aan. "Ik zat hier altijd in het publiek. Het voelt surreëel om plots zelf op het podium te staan", zegt de in België wonende Amerikaanse die haar examens heeft uitgesteld om zich op de wedstrijd te kunnen concentreren.

"De laatsten kunnen de eersten zijn"

En dan is het aan nummer 12, Yu-Chien Tseng, om het doek in stijl te laten vallen over de 75e Elisabethwedstrijd. De 17-jarige Taiwanees, die zich ook "Benny" Tseng laat noemen, studeert net als 2 andere finalisten aan het prestigieuze Curtis Institute of Music in het Amerikaanse Philadelphia.

Meteen valt op dat Tseng met een voor zijn leeftijd opvallend grote maturiteit op het podium staat. "Een rasmuzikant", is het oordeel van De Neve na het eerste stuk, "Sonate in G" van Maurice Ravel. "Dit bekoort mij enorm." "Geweldig. Voor mij is hij een topfavoriet", treedt Murrath zijn collega bij.

Ook violist Rudolf Werthen, die zelf deelnam in 1971, gelooft in de kansen van Tseng. "Hij heeft de mooiste toon die ik hier al gehoord heb. Als geen ander weet hij met kleuren te werken. De laatsten kunnen de eersten zijn in dit geval."

Voor Tseng onder het goedkeurende oog van koningin Fabiola en prinses Mathilde aan het verplichte werk kan beginnen, wordt de componist van het stuk in de bloemetjes gezet door juryvoorzitter Arie van Lysebeth. Sakai, die in de zaal zit, neemt de lof in dank aan.

Tsengs versie van zijn compositie wordt gesmaakt. "De beste opvoering die ik al gehoord heb", zegt De Neve. "Hij maakt een verschil door zijn creativiteit en zijn fantasie. Ik heb dingen gehoord die ik nog niet eerder gehoord heb." Murrath prijst in de eerste plaats het schijnbare gemak waarmee Tseng speelt.

De Taiwanees sluit af met "Concerto in D opus 77" van Brahms. Een lang en uitputtend werk. Maar Tseng weet het publiek te raken en wordt onthaald op een staande ovatie. Dat zijn energie in het laatste deel wat opraakte, is kenner Murrath niet ontgaan. Maar desondanks is ook de Hooverphonic-violist tevreden. "Hij heeft zijn favorietenrol waargemaakt." "I have a winner", zegt De Neve. "Een schoolvoorbeeld voor al mijn studenten."

"Ik was heel moe op het einde", zegt Tseng bij presentator Thomas Vanderveken. "Het was wel okee, denk ik", is zijn eigen oordeel over zijn avond. "Ik heb veel plezier beleefd aan het samenspelen met het orkest en dirigent Gilbert Varga." De twee omhelsden elkaar ook na afloop. "Dit is mijn meest onvergetelijke optreden ooit", besluit Tseng.