Reynders ongerust over evolutie in Oost-Congo

Minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) is ongerust over de toestand in de Oost-Congolese provincie Noord-Kivu. Buitenlandse Zaken heeft daarover een mededeling verspreid.

"De intensifiëring van de gevechten in de regio, verergerd door buitenlandse versterkingen waarvan de muitende soldaten lijken te genieten, is een zeer ernstig risico voor de stabiliteit van de regio en vormt een ontoelaatbaar lijden voor de lokale bevolking, die het eerste slachtoffer is van deze herneming van de gevechten", zegt Buitenlandse Zaken.

Impliciet volgt een uithaal naar buurland Rwanda. "Elke steun aan gewapende groepen is niet enkel een ernstige schending van resoluties van de Verenigde Naties, maar ook een gevaarlijke stap naar een open crisis, die te allen prijze vermeden moet worden", luidt het.

Onder meer de Verenigde Naties en de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch beschuldigen Rwanda ervan rebellen te rekruteren en op te leiden voor de oorlog in Oost-Congo. Zij zouden de rangen versterken van de rebellen van oorlogsmisdadiger Bosco Ntanganda, die onlangs is gedeserteerd uit het Congolese regeringsleger. Kigali ontkent dat het Ntaganda steun geeft.

Door het heropflakkerende geweld in de regio zijn weer tienduizenden mensen op de vlucht geslagen. Reynders pleit nu voor meer internationale middelen voor Congo, zodat dat land de rebellen beter kan aanpakken. 

Het geweld in Oost-Congo begon eigenlijk in 1994, na de volkenmoord in buurland Rwanda en de machtovername door de Tutsirebellen van huidig president Paul Kagame. Radicale Hutu's met bloed aan hun handen vluchtten toen het Oost-Congolese regenwoud in, van waar ze de streek onveilig maken.

Voor Rwanda vormen die Hutu-rebellen een ideale reden om militair op te treden, met eigen troepen of door allerlei obscure Congolese rebellengroeperingen te steunen. Anderzijds blijkt het ongedisciplineerde Congolese leger niet in staat om de veiligheid in Oost-Congo te garanderen. 

De echte inzet van de bloedige burgeroorlog in Oost-Congo zijn de bodemrijkdommen, die verschillende strijdende partijen vaak gebruiken om er hun wapens mee te financieren en dus hun macht te handhaven. Grootste slachtoffer is de burgerbevolking: het conflict heeft al meer dan 5,4 miljoen levens geëist.