Rwandese volksrechtbanken houden ermee op

Na meer dan tien jaar komt er vandaag een einde aan de gacaca's, het systeem van volksrechtbanken die de daders van de volkenmoord in Rwanda van 1994 moest berechten. Volgens Rwanda hebben de gacaca's zo'n 1,9 miljoen zaken afgehandeld.

De beklaagden werden ingedeeld in drie categorieën, naargelang van de ernst van het misdrijf dat ze hadden begaan.

De 170.000 rechters van de gacaca's  waren geen magistraten, maar dorpswijzen die door de dorpelingen werden aangewezen. Volgens voorstanders hebben de volksrechtbanken het probleem van overbevolking in de gevangenissen opgelost en de verschillende etnische gemeenschappen verzoend.

Volgens tegenstanders is er corruptie gepleegd en konden beklaagden zich niet verdedigen. Bovendien zijn alleen de misdaden gepleegd door radicale Hutu's berecht, niet die van de toenmalige Tutsi-rebellen van het Rwandees Patriottisch Front, die het vandaag voor het zeggen hebben in Rwanda.

Bovendien zouden sommige gacaca-rechters zelf ook niet onbesproken zijn geweest.

Volgens de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch hebben de gacaca's hun nut gehad omdat er relatief snel recht is gesproken in een zaak waarbij honderdduizenden mensen betrokken waren, maar ze wijst er ook op dat er vaak een loopje is genomen met de principes van een eerlijk proces.