VMM gaat de reuzenbalsemien bestrijden

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) start met het bestrijden van de reuzenbalsemien, een exotische plant, langs de rivier de Zwalm (Oost-Vlaanderen), de Bellebeek in de gemeenten Liedekerke en Ternat (Vlaams-Brabant) en de Handzamevaart in de gemeenten Kortemark en Diksmuide (West-Vlaanderen).

Het gaat om een proefproject waarvan de ervaringen moeten dienen om de komende jaren de bestrijding te starten op heel het grondgebied.

De reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera) is een uit de Himalaya afkomstige eenjarige plant die tot twee meter hoog kan worden. De plant werd in het begin van de vorige eeuw als sierplant ingevoerd, maar woekert langs verschillende onbevaarbare waterlopen. De bloemen van de plant produceren veel nectar en trekken daardoor veel bestuivers als bijen en hommels aan. Dat kan ten koste gaan van de plaatselijke inheemse fauna. Ook verspreidt de reuzenbalsemien zich ver en snel doordat zijn zaaddozen zich oprollen als ze worden aangeraakt, en de zaden tot zeven meter ver wegschieten. "De soort vormt een bedreiging voor de inheemse flora en fauna", aldus Katrien Smet van de VMM.

Reuzenbalsemien kan ook afkalving van de oevers veroorzaken, omdat de plant in de herfst volledig afsterft en de oevers onbegroeid achterlaat. Te veel reuzenbalsemien kan de afvoer beperken en zelfs overstromingen bij hevige regenbuien veroorzaken.

In juni wordt gestart met het maaien van de plant op drie plaatsen waar de waterlopen ernstig aangetast zijn. "Het tijdstip van maaien is hierbij belangrijk, " aldus Smet. "Als de plantjes nog te klein zijn, kunnen ze zich regenereren door vanuit de wortels nieuwe volwaardige planten te vormen." Maaien net voor de bloeiperiode zou het meest effectief zijn. Het maaisel wordt verwijderd om te vermijden dat afgemaaide plantenresten weer kunnen wortelen.

In augustus volgt een controle. Als de planten opnieuw zijn gegroeid, wordt er dan opnieuw gemaaid.