Politieke crises funest voor vertrouwen Vlaming

Het vertrouwen van de Vlaming in de instellingen heeft een forse knauw gekregen door de politieke crisissen van 2007 en 2010. Dat blijkt uit een verkiezingsonderzoek van de KU Leuven in 2010 en een vergelijking van de resultaten met eerdere onderzoeken.

De Vlaamse kiezer blijkt uit het onderzoek weinig vertrouwen te hebben in de maatschappelijke instellingen, hoger opgeleiden hebben wel meer vertrouwen dan lager opgeleiden. Gekeken vanuit politieke voorkeur, blijken kiezers van Vlaams Belang opvallend minder vertrouwen in de instellingen hebben, dan kiezers van andere partijen. 

Uit het onderzoek van de KU Leuven blijkt dat de politie in 2010 het meest vertrouwen genoot bij de Vlaamse bevolking: een score van 5,4 op 10. Geslaagd, dus.

Op plaats 2 en 3 volgen de vakbonden (4,4/10) en de koning (4,3/10). De slechtste leerlingen in de klas zijn parlement (4/10), regering (4/10), politieke partijen (3,7/10) en de kerk (2,5/10).

Opvallend is dat maar liefst 36,4 procent van de ondervraagden totaal geen vertrouwen heeft in de kerk. De enquête is afgenomen in het najaar van 2010, toen de pedofilieschandalen en de affaire-Vangheluwe nog erg vers in het geheugen lagen.

De politie krijgt relatief veel vertrouwen: 40,9 procent van de ondervraagden zegt veel vertrouwen erin te hebben, 1,8 procent zeer veel vertrouwen. Een pluim voor de politie dus? Zeker als je vergelijkt met andere instellingen, maar anderzijds valt het op dat het vertrouwen van de Vlaming in de instellingen over het algemeen erg laag is. Geslaagd dus, maar niet met onderscheiding.

Waar moet dat eindigen?

Ook opmerkelijk: het aantal ondervraagden dat zeer veel vertrouwen in politieke partijen heeft, is 0,0 procent. In 1995 was dat nog 19,7 procent van de ondervraagden.

Maar er is meer aan de hand. Sinds 1995 is er een duidelijke neerwaartse trend in het vertrouwen in de verschillende instellingen. Voor vijf instellingen is het vertrouwen dramatisch gedaald: politieke partijen, regering, parlement, gerecht en pers.

Vooral voor de politieke partijen is de daling erg sterk in 2007. Dat hoeft niet te verwonderen: het zijn de dagen van de moeizame formatie en de verkenners, de ontmijners, de informateurs en de formateurs. Drie jaar later krijgt dat vertrouwen nog een flinke knauw: ook toen was er weer een diepe politieke crisis. In 1995 bedroeg het gemiddelde vertrouwen in de politieke partijen nog 6,8/10, maar nu is dat nog maar 3,7/10.

Voor regering en parlement is er een gelijkaardige dalende vertrouwenscurve, maar opvallend is dat het groeiende wantrouwen in de politiek ook afstraalt op pers en gerecht, die ook een daling van het vertrouwen kennen, zij het minder uitgesproken.

Instellingen die in 1995 nog relatief weinig vertrouwen kregen - de politie en de koning - staan er nu enigszins beter voor, maar merkwaardig genoeg wordt de stijgende vertrouwenscurve ook afgebroken in 2007. De koning als redder van het land? Dat is blijkbaar helemaal niet zeker.

De studie van Bart Meuleman, Koen Abts en Marc Swyngedouw is uitgevoerd in de periode 15 oktober 2010 - 24 februari 2011. 711 Vlaamse kiezers werden persoonlijk geïnterviewd. De studie wordt bevestigd door een grootschaliger Europees onderzoek uit dezelfde periode.

Meer informatie vind u op de website van de KU Leuven.