Turkije: "Dit laten we niet zomaar gebeuren"

Syrië heeft een Turkse straaljager neergehaald. Volgens het Syrische regime bevond het toestel zich boven Syrisch grondgebied en werd het "behandeld zoals de wet dat in dergelijke gevallen voorziet". De Turkse president Abdullah Gül (foto) reageert woest en spreekt dreigende taal.

Volgens een woordvoerder van het regime drong een onbekend vliegtuig aan hoge snelheid en op beperkte vlieghoogte het Syrische luchtruim binnen. "Daarop heeft de Syrische luchtafweer het vuur geopend en het doel getroffen toen het zich op een kilometer afstand van de kust bevond".

Het vliegtuig is van het Turkse leger en stortte neer in zee. Zowel Turkse als Syrische marine-eenheden zijn op zoek naar de twee piloten van het toestel.

"Gepast actie ondernemen"

Gisterenavond verklaarde de Turkse premier Erdogan dat Syrië excuses zou hebben aangeboden voor het neerschieten van het vliegtuig, maar daar kwam hij later op terug en zei hij dat "hij nog niet zeker was van wat er is gebeurd"

De Turkse president, Abdullah Gül, is woest en zegt dat het Turkse vliegtuig "misschien de grens met Syrië heeft overgestoken", maar volgens hem gebeurt dat regelmatig tijdens oefeningen. "Daar is, met de snelheid die een straaljager heeft, niet altijd iets aan te doen", klinkt het.

"Dit zullen we niet zomaar laten gebeuren", aldus Gul. "We zullen hier opeen gepaste manier actie tegen ondernemen". Wat Turkije precies van plan is, werd er niet aan toegevoegd.

Syrië en Turkije stonden ooit op goede voet met elkaar. Toen de onrust in Syrië uitbrak heeft het Turkse regime zich lang onthouden van alle commentaar.

Tegelijkertijd zijn duizenden Syriërs via de bergen Turkije in gevlucht. In maart werden twee van die vluchtelingen doodgeschoten op Turks grondgebied. Sindsdien is de relatie tussen de twee landen ernstig verzuurd.

Welke gevolgen het incident met de straaljager zal hebben is nog onduidelijk. Turkije is in elk geval woest en wil de zaak tot op het bot onderzoeken. Het land is lid van de NAVO en landen die aangesloten zijn bij die organisatie -zoals België- hebben een afspraak dat ze elkaar verdedigen als een van hen aangevallen wordt.