Is het "godsdeeltje" bijna gevangen?

Het Amerikaanse Fermilab en de Europese organisatie CERN zouden op het spoor zijn van het higgs-boson of "godsdeeltje". Dat zou verklaren waarom andere deeltjes een massa hebben.

Het Fermilab in Chicago heeft sinds de jaren 90 deeltjes tegen hoge snelheid laten botsen in de Tevatron, een deeltjesversneller die tot voor kort de grootste in zijn soort was.

De Tevatron is eind vorig jaar gesloten, maar de massa aan gegevens is pas nu volledig onderzocht, zelfs nog niet helemaal. Uit die bevindingen kan het Fermilab nu "sterke aanwijzingen" aankondigen dat het higgs-boson wel degelijk bestaat.

Een echt bewijs is dat nog niet, maar dat kan mogelijk morgen het geval zijn tijdens de voorstelling van de resultaten van het CERN, het Europese centrum voor nucleair onderzoek. Dat CERN bezit de grootste deeltjesversneller, de Large Hadron Collider (LHC), nabij Genève onder de grens tussen Zwitserland en Frankrijk.

Net zoals in de Tevatron worden daar in een ondergrondse cirkelvormige tunnel protonen met hoge snelheid tegen elkaar geschoten, waarna die uit elkaar vallen. Dat levert dan gegevens over nog kleinere deeltjes op.

Sluitsteen van het fysicamodel

Het bestaan van het higgsdeeltje werd begin de jaren 60 voorspeld door de groep van de Britse fysicus Peter Higgs en de Belgen Robert Brout (inmiddels overleden) en François Englert. Die laatste twee werkten beiden voor de Franstalige universiteit ULB in Brussel.

Het higgs-boson zou theoretisch verklaren waarom alle andere subatomaire (kleiner dat atomen) deeltjes zoals elektronen, protonen en neutronen een massa en gewicht hebben. In ruimere zin zou het higgsdeeltje dus ook verklaren waarom het universum bestaat en daarom wordt soms de term "godsdeeltje" vernoemd.

De ontdekking van het higgs-boson zou de sluitsteen vormen van de moderne fysica. Als echter zou blijken dat het deeltje niet bestaat, valt het Standaardmodel van de hele fysica in duigen en moeten fysici dus een nieuw algemeen model uitdenken. 

Het deeltje is echter heel moeilijk te vatten, omdat het maar fracties van een seconde zou bestaan. Als het gevonden wordt, zou die ontdekking op dezelfde hoogte staan als die van de zwaartekracht door sir Isaac Newton of de relativiteitstheorie van Albert Einstein.