Stakingsdagen vorig jaar meer dan verdubbeld

Vorig jaar waren er in ons land 383.207 stakingsdagen, dagen waarop een werknemer aangeeft te staken. Dat is 2,46 keer zoveel als in 2010. Vooral bij het openbaar vervoer en bij de industrie is er gestaakt.

De transportsector (vracht- en passagiersvervoer) staat bovenaan het klassement van het aantal stakingsdagen. Daar noteerde de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) 89.220 keer een stakingsdag voor een werknemer. Een werknemer krijgt die dag geen loon, maar als hij of zij is aangesloten bij een vakbond, kan die wel een stakingsvergoeding krijgen als de vakbond de staking erkent.

Een groot deel van die stakingsdagen staat op het conto van het openbaar vervoer. De werknemers klagen over de toegenomen agressie tegenover chauffeurs en begeleiders op de trein, tram, bus en metro en legden vaak na gevallen van agressie spontaan het werk neer. Vooral bij de TEC in Wallonië en de MIVB in Brussel heeft dat geleid tot heel wat spontane stakingen.

Daarnaast was er in ons land ook een grote stakingsdag tegen de hervormingen van de regering-Di Rupo. Het openbaar vervoer in ons land lag toen plat, net als verschillende openbare diensten. Ook de VRT had toen een stakingsprogramma op radio en tv.

De stakingsdag werd ook goed opgevolgd bij de bedrijven. Toch hebben de stakingen maar weinig invloed op de economie, stelt de RSZ. "In de bouwsector zien we dat er 1.630.000 niet-gepresteerde dagen door weerverlet genoteerd staan", zegt Pierre Dmitrevski. "Dat is 4 keer zoveel als het totaal aantal stakingsdagen, dus we kunnen dat toch relativeren ten opzichte van andere verloren dagen voor de productie in België."

De gegevens bij de RSZ zijn nog niet volledig, maar uit de cijfers blijkt wel al dat er het meest gestaakt wordt bij bedrijven in Brussel, gevolgd door bedrijven in Wallonie. In Vlaanderen wordt het minst gestaakt.