Fossiele walvissen opgegraven in Vrasene

In Vrasene, in het Waasland, hebben paleontologen van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) de resten van twee fossiele walvissen opgegraven. Het gaat om een vinvis en een echte walvis. De vondst is gedaan bij het verkavelen van een stuk grond.

De miljoenen jaren oude dieren stammen uit een periode waarin het gebied nog bedekt was door de zee. Het onderzoek wordt geleid door walvisspecialist Olivier Lambert.

Volgens Lambert is een deel van de beenderen afkomstig van een vinvis, die zo’n 10 meter lang moet zijn geweest. De vinvis behoort tot dezelfde familie als de nu voorkomende blauwe vinvis, gewone vinvis en bultrug. Een tweede opgegraven walvisskelet behoorde tot de familie van de "echte walvissen", een familie waartoe ook de noordkaper en de Groenlandse walvis behoren. Er zijn weinig fossielen van deze laatste groep bekend, en de vondst zou dus waardevolle informatie over de evolutie van de echte walvissen kunnen opleveren.

De opgegraven beenderen werden overgebracht naar de collecties van het KBIN in Brussel, waar ze verder zullen worden bestudeerd. Ze maken zo deel uit van een van de grootste zeezoogdiercollecties ter wereld, met een onmiskenbare historische en wetenschappelijke waarde.

Heel wat van de beenderen van walvissen en zeeroofdieren als zeehonden en walrussen in de collectie van het KBIN werden gevonden bij het bouwen van de Antwerpse fortengordel rond 1860.

Jammer genoeg werden de opgravingen toen grotendeels uitgevoerd door soldaten, die weinig van paleontologische methodes kenden. Zo is er veel waardevolle informatie verloren gegaan, vooral over de precieze locatie van de sites en de leeftijd van de resten. Elke nieuwe ontdekking is dus belangrijk om de meer dan 150 jaar oude vragen op te lossen.