4 op de 10 voorwaardelijke vrijlatingen mislukt

Uit het activiteitenrapport van het directoraat-generaal Justitiehuizen blijkt dat vier op de tien voorwaardelijke invrijheidstellingen stopgezet of herroepen werd omdat de persoon in kwestie de voorwaarden schond of nieuwe feiten pleegde.

In 2011 behandelden de justitiehuizen 724 voorwaardelijke invrijheidstellingen, in 295 gevallen of 40 procent moest de vrijlating stopgezet of herroepen worden. In 2010 was dat nog 42 procent.

Gedetineerden die veroordeeld zijn tot een gevangenisstraf van meer dan drie jaar kunnen voorwaardelijk vrijgelaten worden nadat ze een derde van hun straf uitgezeten hebben. Gedetineerden die al een keer hervallen zijn, moeten minstens twee derde van hun straf uitzitten. 

De gedetineerden worden hierna opgevolgd door justitieassisten. Wanneer blijkt dat de voorwaarden geschonden zijn of dat er nieuwe feiten gepleegd werden, dan is de voorwaardelijke invrijheidstelling mislukt.

Het directoraat-generaal heeft na de aanslag in Luik op 13 december, waarbij de voorwaardelijk vrijgelaten Nordine Amrani vijf mensen doodde, mislukte dossiers opnieuw bekeken.

"We hebben een analyse uitgevoerd op alle dossiers waarin opnieuw feiten werden gepleegd. Het doel is voorstellen te formuleren aan de minister om de opvolging door de justitieassistenten op een aantal punten te verbeteren. Bij die analyse zal vooral de informatiedoorstroming tussen de justitiehuizen, de politiediensten en de parketten bekeken worden", zegt Liesbeth Wyseur, woordvoerster van het directoraat-generaal Justitiehuizen.