Nederlandse schrijver Gerrit Komrij overleden

De Nederlandse schrijver Gerrit Komrij is gestorven. Dat meldt de NOS. Komrij was 68 jaar en wordt beschouwd als een van de meest veelzijdige schrijvers van het Nederlandse taalgebied. Bij het grote publiek was Komrij ook bekend als dichter, essayist, vertaler, columnist en tv- en boekrecensent.

Komrij was al lang ziek en lag al een tijd in een ziekenhuis in Amsterdam. "We verliezen in hem een belangrijk dichter, een veelzijdig schrijver en vertaler, een groot stilist, een scherpe polemist en bovenal een lieve vriend", melden zijn uitgeverij De Bezige Bij en zijn familie in een persbericht. "Hij was een inspirator voor generaties dichters, schrijvers en jonge hemelbestormers, en dat zal blijven. Het literaire landschap is door het tomeloze plezier en de scherpzinnigheid van Gerrit Komrij decennialang in beweging gebracht. Hij heeft het mee veranderd en hij heeft het nu verlaten", klinkt het.

Ontelbare dichtbundels en romans

Gerrit Komrij komt op 30 maart 1944 tijdens een luchtaanval in een kippenhok in Winterswijk op de wereld. Hij blijft, na een niet afgemaakte studie Neerlandistiek en algemene en vergelijkende West-Europese literatuurwetenschap, samen met zijn levenspartner Charles Hofman in Amsterdam hangen.

Tegen die tijd heeft hij al enige faam verworven als dichter, essayist, romanschrijver en gevreesd criticus. Zijn eerste publicatie verschijnt in 1968: "Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten". Na zijn literaire debuut volgen ontelbare dichtbundels zoals "De os op de klokketoren" en "Alle gedichten tot gisteren". Voor zijn essaybundel "Papieren tijgers" kreeg hij de Busken Huetprijs in 1979.

Tot zijn bekendste romans behoren het autobiografische "Verwoest Arcadië", "Over de bergen", "De klopgeest" en "Hercules". Verder schrijft Komrij onder meer recensies en later ook zijn serie "Teringstein" voor Vrij Nederland en televisiekritieken en columns voor NRC Handelsblad. Ook voor het Belgische weekblad Humo schrijft hij columns en gedichten. Voor de VPRO verzorgt hij een show over televisie in Nederland. In zijn televisiekritieken verzint hij het woord "treurbuis" om de treurnis op de Nederlandse televisie aan te duiden. Hij ontvlucht Amsterdam in 1984 en gaat in Portugal wonen.

Gevreesd criticus en Dichter des Vaderlands

Zijn hele leven lang uit hij onophoudelijk kritiek op het werk van zijn mede-dichters en schrijvers. Maar ook televisiemakers, architecten, de Scientology Church en het Koninklijk Huis fungeren regelmatig als schietschijf.

Ondanks zijn voortdurende kritiek op Nederland, dat hij doorgaans Absurdistan noemt, en zijn inwoners, wordt hij in 2000 toch verkozen tot Dichter des Vaderlands. De afspraak is dat hij minstens vier keer per jaar een gedicht schrijft over belangrijke gebeurtenissen in Nederland. Komrij houdt woord en schrijft onder meer over de ramp in Enschede en prins Claus, maar maakt zijn termijn van vier jaar als vaderlands dichter niet vol.

"Elke Nederlandse schrijver krijgt gewoon alle prijzen"

Voor zijn werk krijgt hij talloze prijzen, zoals de Poëzieprijs van de stad Amsterdam in 1971 voor zijn dichtbundel "Alle vlees is als gras, of het knekelhuis op de dodenakker", de Herman Gorterprijs in 1982 voor "De Os op de klokketoren", de P.C. Hooftprijs in 1993 voor zijn beschouwend proza en de Gouden Uil Literatuurprijs in 1998 (foto in tekst) voor de poëzie-bloemlezing "In Liefde Bloeyende".

Over al deze loftuitingen zei hij ooit in een interview: "Ik wil helemaal geen prijzen winnen. Elke Nederlandse schrijver krijgt, als hij maar lang genoeg leeft en niet al te stom is, gewoon alle prijzen. Het zijn namelijk schaamprijzen: nu kunnen we niet meer om hem heen. Die moet ook eens een prijs."

Komrij is ook bekend van de eigenzinnige, literaire bloemlezingen die hij samenstelde, onder meer "De Nederlandse poëzie van de 19e  en 20e eeuw in duizend en enige gedichten" (1979), "De Nederlandse poëzie van de 17e en 18e eeuw in duizend en enige gedichten (1986) en "In liefde bloeyende: de Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in honderd en enige gedichten" (1998). Vorig jaar kreeg Komrij nog een eredoctoraat aan de Universiteit van Leiden.