Paco de Lucia doet de rotzomer vergeten

"We hebben gevraagd, gesmeekt,... Het heeft jaren gekost, maar nu is hij eindelijk hier: Paco de Lucia!", zo werd de grootmeester van de flamenco gisteravond aangekondigd op Gent Jazz. Buiten hield het niet op met regenen, maar in de festivaltent deed de Spaanse gitaarvirtuoos de Belgische rotzomer vergeten met een meeslepend, passioneel concert. Gent Jazz is uitstekend van start gegaan.

Het mooie festivalterrein aan de Bijloke werd al op de openingsdag van Gent Jazz herschapen tot een modderpoel. Ook toen headliner Paco de Lucia aan zijn set begon, tikte de regen onafgebroken op het tentzeil. De legendarische gitarist zat alleen op het podium, in het blauwe licht van de schijnwerper. Omgeven door palmen die de sfeer van een Andalusische binnenplaats moesten oproepen.

Een veelbelovend begin, dat jammer genoeg een tikkeltje werd ontsierd door een lading VIP’s die pas binnenstommelde toen de eerste gitaarklanken de tent al vulden. De genodigden van de sponsors -ze zijn altijd met véél op Gent Jazz- hebben dit jaar een gereserveerde zone gekregen middenin de tent. Dat ze hun plaats maar op het allerlaatste moment opzoeken en de gangpaden belemmeren, leidt tot irritatie bij de betalende festivalgangers die wél al minuten van tevoren keurig zitten te wachten.

Paco de Lucia’s solo werd al meteen beloond met een oorverdovend applaus. Met een tempoversnelling riep hij zijn muzikanten op het podium. Eerst alleen de percussionist en drie zangers op een rij. De meesten droegen net als hij een wit hemd en zwart mouwloos gilet. Het tempo ging een versnelling hoger, met het typische ritmische handgeklap en een paar gedempte “vamos” en “olé’s”. Wat later werd de band nog versterkt met een bassist, een mondharmonicaspeler en een tweede gitarist die naast de Lucia ging zitten. De meester met zijn getekende karakterkop superviseerde het geheel met een strenge, nietsontziende blik.

Danser met de looks van Johnny Depp

Flamenco op een jazzfestival? Je ziet Paco de Lucia en zijn band spelen en je begrijpt onmiddellijk waarom het plaatje klópt. Tempowissels, intens samenspel, woordenloze communicatie tussen de muzikanten, geïmproviseerde solo’s en opendoekjes van het publiek: het zijn net zo goed de ingrediënten van flamenco als van jazz. “Maar flamenco is anarchistischer”, zegt Paco de Lucia zelf. Vuriger is het ook, toch zoals hij en zijn muzikanten het spelen. Echte flamenco heeft niets te maken met wat daarvoor wordt verkocht in sommige toeristenoorden, zoveel is zeker.

Duquende en de Jacoba, een oude en een jongere zanger, zongen met ware passie en overgave, klaaglijk en levenslustig tegelijk. De derde zanger, een zigeunertype met de looks van Johnny Depp, bleek eigenlijk een danser te zijn. Maar wat heet dansen? Deze Farruco bewoog niet gewoon op de muziek. Met zijn trotse armbewegingen en het ritmische geroffel van zijn voeten voegde hij iets toe aan de muziek, alsof hij een extra instrument was. Het publiek ging uit zijn dak en gaf het gezelschap een staande ovatie, nog voor het concert afgelopen was. Ook de mondharmonicaspeler -een origineel lid in een flamencogezelschap- scoorde door in zijn solo een flard “Bluesette” van onze eigen Toots Thielemans te smokkelen.

Paco de Lucia stelde zijn muzikanten zuinigjes voor aan het publiek. Veel woorden verspilde hij niet, en toch was er bijna twee uur lang een intense communicatie tussen het podium en de zaal, zoals dat alleen kan in de muziek. De flamencomeester en zijn band werden voor de meeslepende avond bedankt met een minutenlange staande ovatie. Pas toen, aan het einde van het concert, bleek dat Paco de Lucia ook kon glimlachen.

Sara Van Poucke