"Geen verandering in toestand van Friso"

De Nederlandse kroonprins Willem-Alexander heeft zijn jaarlijkse ontmoeting met de pers aangegrepen om te praten over zijn jongere broer. Prins Friso ligt in een coma nadat hij in februari bedolven geraakt is onder een lawine.

Prins Friso, de tweede zoon van koningin Beatrix, werd bedolven door een lawine in Oostenrijk op 17 februari toen hij er met zijn gezin op vakantie was (kleine foto). Hij liep een zware hersenbeschadiging op en ligt sindsdien in coma. De kans is klein dat hij ooit nog bijkomt.

Kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima hielden vanmorgen hun jaarlijkse ontmoeting met de Nederlandse pers op hun buitenverblijf in Wassenaar.  "Wij kunnen ons heel goed voorstellen dat u allen één vraag op de lippen heeft: hoe gaat het met uw broer, prins Friso", sprak hij de pers toe. "Daarom wil ik dat zelf even zeggen."

"Tot op heden is er geen verandering in zijn toestand. De diagnose die gesteld werd in Innsbruck, geldt nog steeds. Zodra er een significante wijziging is in zijn toestand, zullen we u daarvan op de hoogte stellen."

Willem-Alexander bedankte ook nog eens de Nederlandse media voor de terughoudendheid die ze aan de dag leggen. "We willen ook nog eens heel hartelijk alle mensen bedanken die ons gesteund hebben sinds 17 februari en ons nog steeds steunen. Dat doet onze familie heel veel goeds."

Tuchtprocedure tegen neurochirurg

Intussen is ook bekend geraakt dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in Nederland een tuchtprocedure tegen een neurochirurg opstart wegens schending van het beroepsgeheim. De chirurg is getrouwd met een NRC-journaliste. Beiden waren in Innsbruck op het moment dat prins Friso daar verzorgd werd.

De journaliste schreef een artikel voor NRC Handelsblad waarin stond dat de prins geen schedelbasisfractuur had en dat de vooruitzichten gunstig leken. Ze zei dat ze die informatie gekregen had door een gesprek dat haar man met een behandelend arts van de prins gevoerd had. Later bleek die informatie niet juist te zijn. NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch bood zijn verontschuldigingen aan.