Historische verkiezingen in Libië, een verdeeld land

Het is een historische dag in Libië: voor het eerst sinds de jaren 60 gaan zo'n 2,9 miljoen Libiërs stemmen in landelijke verkiezingen. Onder wijlen Moe'ammar al-Khaddafi waren er geen (schijn)verkiezingen. Daar deed hij niet aan mee. Geen politieke partijen, geen oppositie, alleen Khaddafi. Die tijd is voorbij.

De Libische stappen naar democratie verlopen bijzonder moeizaam sinds de opstand van vorig jaar die een einde maakte aan 42 jaar Khaddafi. Lokale verkiezingen zijn al gehouden, maar landelijke verkiezingen organiseren is een ander paar mouwen.

Het geweld tussen stammen en milities blijft voortduren en de verkiezingen gelijktijdig houden in het grote, dunbevolkte Libië is geen sinecure. Eigenlijk was de stembusgang gepland voor juni. De vraag is of drie weken uitstel veel heeft veranderd. Want Libië is - zacht uitgedrukt - een verdeeld land.

Algemeen Nationaal Congres

De Libiërs verkiezen een nieuw Algemeen Nationaal Congres dat de huidige Nationale Overgangsraad moet vervangen. Die nam de macht over na het omverwerpen van het Khaddafi-regime. Het verkozen Congres zal zelf een voorzitter aanduiden en een premier. Het Congres moet ook een grondwettelijke commissie samenstellen die voor Libië een nieuwe grondwet moet schrijven.

Evidente opdrachten zijn dat niet in een Libië dat sterk verdeeld is tussen oost, west en zuid. Stammen en milities strijden nog altijd met elkaar. Vooral in het westen is er nog veel sprake van onwettige opsluiting, mishandeling en zelfs marteling.

Libië hangt met haken en ogen aan elkaar en de uitdaging zal groot zijn om het land niet volledig uit elkaar te laten vallen.

Partijen

Libië maakt voor de allereerste keer sinds bijna 5 decennia kennis met democratie. Er zijn veel politieke partijen gevormd, met zowat 130 partijen is er een wildgroei na het verbod onder Khaddafi.

De meest in het oog springende partijen zijn al-Watan (Het Vaderland), de Alliantie van Nationale Krachten, de Nationale Front Partij, de Opbouwpartij en de Moslimbroederschap, die ook verboden was onder Khaddafi. Ook de Unie voor het Vaderland geniet wat bekendheid, vooral dankzij leider Abdulrahman al-Suwayhili, die al sinds de jaren 70 oppositie voerde tegen Khaddafi.

Erg georganiseerd en doordacht is het allemaal nog niet, daarvoor is er te weinig tijd geweest in een land dat zelfs niet verdoken georganiseerd was onder Khaddafi.

Kandidaten

In de verschillende kiesdistricten dingen zo’n 4.000 kandidaten naar een zetel in het Congres. 2.500 van hen zijn "onafhankelijke" kandidaten. Als je goed zoekt, vind je daartussen 85 vrouwen.

De onafhankelijken zullen uiteindelijk 120 van de 200 zetels toegewezen krijgen. De overige kandidaten, met 1.202 een minderheid, zijn ondergebracht in een politieke partij. Daar zijn de vrouwen wel gelijk vertegenwoordigd met 540 kandidaten naast 662 mannelijke kandidaten.

Weinig namen zijn bekend in het hele land, laat staan in het buitenland. Het is dan ook totaal onduidelijk wie kans maakt om te winnen. Peilingen bestaan niet.

De naam van Abdul Hakim Belhadj springt in het oog. Hij is de voormalige baas van de Militaire Raad in Tripoli, een islamist. Hij is kandidaat voor al-Watan. Een andere bekende naam is die van de voormalige leider van de Nationale Overgangsraad Mahmoud Jibril. Hij is kandidaat bij de Alliantie van Nationale Krachten. Aanhangers van Khaddafi vind je niet terug onder de kandidaten. Veel oudgedienden staan terecht of worden gezocht. Zij zetten zichzelf liever niet in de schijnwerpers.

Het oosten

Oost en west in Libië staan lijnrecht tegenover elkaar. En dat is niet nieuw. In Benghazi, de grootste stad in het oosten, werd enkele dagen geleden het hoofdkwartier van de Kiescommissie bestormd door milities en demonstranten.

De opstand tegen Khaddafi vorig jaar begon in de oostelijke stad Benghazi. Hier is de tegenstand tegen het oude regime altijd groot geweest. De hele oostelijke regio werd genegeerd onder Khaddafi. Cyrenaica of – in het Arabisch – Barqa heeft meer armoede en een lagere ontwikkelingsgraad dan het westen van het land.

Nu een nieuw Libië stilaan vorm moet krijgen, willen de Oost-Libiërs meer erkenning en meer macht. Niet alleen pleit de zogenaamde Raad van Cyrenaica voor semi-autonomie. Ook willen de Oost-Libiërs in het nieuwe Algemeen Nationaal Congres even talrijk vertegenwoordig zijn als het westen.

Het olierijke oosten krijgt nu 60 zetels toegewezen, terwijl Tripoli en het westen van het land er 100 krijgen. De overige 40 zetels gaan dan naar het dunbevolkte zuiden. De leiders in het oosten zeggen dat ze door die ongelijke verdeling geen enkele invloed hebben bij het opstellen van de nieuwe grondwet. Een boycot van de verkiezingen vanuit het oosten is dan ook niet uitgesloten.

Intussen in het zuiden

In het zuiden van het land blijft het geweld intussen voortduren. Er zijn vooral gevechten tussen regeringstroepen, strijders van de (Afrikaanse) Tabu-stam en de rivaliserende (Arabische) stam Zwia. De leider van de Tabustam dreigt ook met een boycot van de verkiezingen als de regering haar troepen niet terugtrekt uit de woestijnstad Kufra, waar bij gevechten tientallen doden gevallen zijn.

De Tabu zijn oorspronkelijke inwoners van Zuid-Libië die zwaar onderdrukt werden onder Khaddafi. Zij willen absoluut Tabu-vertegenwoordigers in de regering. Als ze daarvoor geen garanties krijgen, zal hier niet gestemd worden, zegt de leider van de stam.

De eerste stappen naar democratie in Libië zijn even moeilijk en inspannend als de eerste stappen van een kind dat leert lopen. Met vallen en opstaan, gefrustreerd en hoopvol uitkijkend naar een nieuwe wereld die opengaat, als het zover is…
Eerst moeten de 200 Congresleden verkozen geraken. Daarna moeten zij het land heropbouwen, herenigen en heruitvinden. Libië zal nog veel blauwe plekken oplopen.

Inge Vrancken