Sektarisch geweld slaat over naar Libanon

In de noordelijke Libanese havenstad Tripoli zijn minstens acht doden gevallen bij gevechten tussen de inwoners van een soennitische en een alawitische wijk. Er zijn ook tientallen gewonden.

Het conflict tussen de twee stadsdelen is een rechtstreeks gevolg van het conflict in Syrië waar alawieten (het regime) en soennieten (rebellen) mekaar naar het leven staan.

De gevechten begonnen maandag met het uitwisselen van enkele geweerschoten over en weer, maar is sindsdien uitgelopen op een echt gevecht, waarbij automatische wapens en raketten worden ingezet.

Het Libanese leger probeert de strijdende partijen uit elkaar te houden. Daarbij zijn al zeker tien soldaten gewond geraakt.

De Libanese premier Najib Mikati, zelf afkomstig uit Tripoli, zegt zeer ongerust te zijn over "de pogingen om Libanon meer en meer te betrekken bij het conflict in Syrië, terwijl het juist nodig is dat alle verantwoordelijken samenwerken om Libanon te beschermen tegen dat gevaar".

De regering heeft het leger en de veiligheidstroepen de opdracht gegeven om de situatie te normaliseren, het dragen van wapens te verbieden en de verantwoordelijken voor het geweld aan te houden.

In juni was het al eens tot sektarisch geweld gekomen in Tripoli. Daarbij vielen toen 15 doden

Gevechten in Syrië houden aan

In Syrië zelf wordt intussen nog altijd hard gevochten in de hoofdstad Damascus en in Aleppo, de grootste stad van het land.  In het zuiden van Damascus zet het leger tanks en helikopters in tegen de rebellen. Daarbij zouden zeker 40 doden zijn gevallen.

Volgens de rebellen heeft het leger tientallen doden gemaakt in de voorstad Mouadamiya. Een deel van de slachtoffers zou terechtgesteld zijn, maar dat bericht kan niet onafhankelijk bevestigd worden.

In Aleppo zijn voortdurend ontploffingen te horen. Het leger heeft opnieuw bombardementen uitgevoerd na een confrontatie met de rebellen in de buurt van een wapenopslagplaats.