Zeewater wordt uraniumbron dankzij garnalen

Dankzij een nieuwe techniek zouden de schalen van garnalen gebruikt kunnen worden bij het winnen van uranium uit zeewater. De enorme hoeveelheid uranium in de oceanen zou dankzij de nieuwe techniek eindelijk met succes kunnen worden aangeboord.

Het nieuws dat de American Chemical Society verspreidde, kort na haar 244e symposium, leidde in de kantoren van enkele kerncentrales allicht tot lichte euforie en wat hoera-geroep. Bij de tegenstanders van kernenergie was de exaltatie waarschijnlijk heel wat minder.

Uit een rapport van de organisatie blijkt immers dat wetenschappers nieuwe stappen hebben gezet in hun zoektocht naar uranium. Gevreesd wordt dat de verscheidene uraniummijnen op aarde snel uitgeput zullen raken als kernenergie wijder verspreid geraakt en er vaker een beroep op wordt gedaan.

Met de oceanen als belangrijke bron van uranium lijkt het er echter op dat de kernreactoren niet meteen stil zullen vallen. Zeewater houdt immers miljarden tonnen uranium vast. Tot nu bleken de concentraties van het metaal evenwel te klein om het winnen ervan economisch rendabel te maken. 

Een mat van garnaalschalen

De schalen van garnalen kunnen daar nu verandering in brengen. Onderzoekers hebben namelijk aangetoond dat chitine, een proteïne in de schaal van schaaldieren, een heel duurzame stof is, die goed gebruikt kan worden als draad om matten te weven.

De desbetreffende matten, van ongeveer 100 meter lang, zouden in zee, op een diepte van 200 meter, uitgerold worden en na verloop van tijd het uranium uit het zeewater absorberen. Eens opgehaald zouden de matten gereinigd worden met een zuuroplossing waardoor het metaal zou vrijkomen.

Het onderzoek moet echter nog verdergezet worden volgens de American Chemical Society. De nieuwe techniek lijkt de uraniummijnen immers nog niet volledig te kunnen vervangen.