Afscheid van China

Twee koffers, een vriendin en een baby. Meer had ik niet bij toen ik op een vroege ochtend eind 2007 op de luchthaven van Peking aankwam. Ik was als correspondent naar China gestuurd voor negen maanden, tot net na de Olympische Spelen in september 2008. Even lang als een zwangerschap. Maar zoals wel vaker gebeurt in het leven, is het allemaal een tikkeltje anders uitgedraaid. Ik kreeg de kans om wat langer te blijven dan voorzien, waardoor ik de bevoorrechte getuige mocht zijn van de geboorte van een supermacht.

Onder de Chinese naam "Tang Weihe", wat zoveel betekent als "Tom Grote Harmonie", heb ik vijf jaar lang China doorkruist en zowat alle uithoeken kunnen ontdekken. Ik stond versteld van de ontwikkeling van een land dat enkele decennia eerder nog grote hongersnoden had meegemaakt. Nooit eerder in de geschiedenis waren zoveel mensen uit de armoede gehaald.

Maar ik leerde ook de keerzijde van de medaille kennen. Ik zag zelden een land in grote harmonie, maar wel een land vol gigantische tegenstellingen, op een roetsjbaan zonder eindbestemming.

Ik had nooit verwacht dat het eenvoudig zou zijn om als buitenlandse correspondent in China te werken. Toch is het nog moeilijker geweest dan ik gevreesd had. De relatieve vrijheid die we als buitenlandse journalist gekregen hadden in de aanloop naar de Spelen, smolt na verloop van tijd weg als sneeuw voor de zon.

"Je wordt niet graag zelf het onderwerp van het verhaal"

Ik heb uren gesleten op politiekantoren en aan wegblokkades. Ik ben uitgescholden, heb slaag gekregen van ingehuurde knokploegen en ben met deportatie bedreigd. Mijn privéadres in Peking is op antibuitenlandse websites geplaatst door Chinese nationalisten.

Mijn telefoongesprekken werden afgeluisterd en mijn sms’jes onderschept. Ik heb haatmails en computervirussen in mijn postvak gekregen. Mijn Chinese assistent werd versleten voor landverrader.

Een groot deel van deze incidenten heb ik nooit gemeld of vermeld. Waarom? Je wordt het moe na een tijdje, want geen enkele journalist wordt graag zelf het onderwerp van een verhaal. Ik heb geleerd dat de kunst erin bestond om ‘onder de radar’ te blijven.

Maar als het steeds moeilijker wordt om toegang te krijgen tot onafhankelijke informatie, als getuigen geïntimideerd of opgesloten worden in illegale gevangenissen, dan is het de plicht van elke kritische journalist om daarover te berichten.

Het was niet altijd even makkelijk om in China een onderscheid te maken tussen propaganda en nieuws. Diegenen een stem te geven die van de autoriteiten geen stem kregen, dat beschouwde ik als een belangrijk onderdeel van mijn opdracht.

Het was trouwens George Orwell die journalistiek omschreven had als “datgene brengen wat sommigen liever niet zien, al de rest is public relations”. Het leek wel alsof hij China in gedachten had toen hij het neerpende.

Rotverwende kleine keizertjes door de eenkindpolitiek

Ik ben ervan overtuigd dat ik China intenser heb kunnen ervaren door er met een opgroeiend gezin te wonen. Mijn twee kinderen openden letterlijk en figuurlijk deuren. Op restaurant gaan met hen was bijvoorbeeld altijd een feest. Ze mochten de boel overhoop zetten zonder dat we werden buiten gekeken. Het personeel was gek op hen.

Op straat en in parken werden ze gefotografeerd en aangeraakt. Een kind lijkt heilig in China, en dat is niet zonder reden. Voor Chinezen is het hun belangrijkste investering in de toekomst. Als gevolg van de eenkindpolitiek hebben ze (meestal) maar recht op eentje. Vandaar die vele rotverwende kleine keizertjes.

Het stond in schril contrast met de vele schandalen van de voorbije jaren waar kinderen het grootste slachtoffer van werden. Mijn vrouw en ik deelden de bezorgdheid van Chinese ouders toen het melkschandaal uitbrak.

Onze dochter had vermoedelijk dezelfde vergiftigde melk gedronken die zes baby’s doodde en driehonderdduizend kinderen ziek maakte. Gelukkig bleef het voor haar zonder gevolgen, maar de onrust werd er niet kleiner op.

De voedselschandalen die nadien om de haverklap aan het licht kwamen, deden ons twee keer nadenken over wat er op tafel kwam. We probeerden onze kinderen zo goed mogelijk te beschermen tegen de zwaar vervuilde lucht die ze vaak inademden. We investeerden in Zweedse luchtfilters en Japanse mondmaskers.

We zetten hen met een bang hart af op school toen geestesgestoorden met messen tientallen schoolkinderen hadden gedood. We waren iets geruster toen plots bewaking verscheen aan de schoolpoort: een vriendelijke politieagente op hoge hakken.

Onze kinderen stuurden we naar een Chinese kleuterschool waardoor ze volledig werden ondergedompeld in de Chinese taal en cultuur. Dat leidde vaak tot grappige conversaties waar we zelf ook veel van opstaken. Zo kwamen we te weten wie Lei Feng was, de (fictieve?) modelcommunist over wie Chinese kleuters nog steeds worden onderwezen.

Chinezen zouden ook de slimsten en de besten zijn van de hele wereld, aldus hun juf. We merkten hoezeer het Chinese onderwijs verschilde van bij ons. Creativiteit en individueel denken werden nauwelijks gestimuleerd. De klemtoon lag vooral op prestaties. Toch beschouwden we dit ‘andere systeem’ als een enorme verrijking voor de opvoeding van onze kinderen.

Met de neus op de economische realiteit

We beseften dat we hier tijdelijk woonden, maar ondervonden niettemin dezelfde sociale problemen als de meeste Chinezen. We verhuisden bijvoorbeeld drie keer op vijf jaar tijd, omdat de huurprijs van ons appartement telkens de hoogte inging.

Een vastgoedbubbel of niet, we kwamen door het gesleur met verhuisdozen te weten hoe het voelt wanneer de rijkste Chinezen zich massaal storten op de huizenmarkt. Het was dat of investeren in een gouden borstbeeld van Mao.

We merkten ook hoe door de torenhoge inflatie het dagelijkse leven elk jaar duurder werd in China. Bovendien werden we door de steeds zwakkere euro met onze neus op de nieuwe economische realiteit in de wereld gedrukt.

Net zoals alle andere Chinezen betaalden we jaarlijkse belastingen aan de Chinese overheid en vroegen we ons af waar het geld naartoe ging. In ruil werden we schriftelijk bedankt “voor het meewerken aan de opbouw van een harmonieuze samenleving”, een enorme troost. En door het verstikkende fileprobleem ontdekten we hoe prachtig Peking is met de fiets.

Straffe Chinezen, buigzaam als bamboe, maar moeilijk te kraken

Als China dan toch zo interessant is, waarom ik dan wegga? Het is nooit slecht om je af en toe te herbronnen. Het laat me toe om ‘hét verhaal van de eeuw’ met een frisse blik te bekijken, vanuit een andere positie aan de andere kant van de wereld.

En dat ben ik ook van plan. De kennis en ervaring die ik in China heb verzameld, zal zeker van pas komen. Dit is geen afscheid, maar een ‘tot ziens’, want China zal ook de komende jaren niet weg te slaan zijn uit het nieuws.

Wat ik zal missen aan het leven in China? Het exotische dat zich uit in de kleinste dingen op straat. De buurvrouw die elke ochtend aan tai chi doet in de tuin. De fietser die met zijn vogel in een kooi naar het park trekt. De eeuwige glimlach van de fruitverkoper. Het gezang van de messenslijper. De dametjes met buitenaardse oogkleppen en parasolletjes tegen de zon. De hondjes met schoenen op het ijs. Het fietsen op hete zomeravonden door de hutongsteegjes. De geur van chuanr op de BBQ. Het zalige eten. Maar vooral de mensen.

Nergens ter wereld heb ik zo’n veerkrachtig en dapper volk ontmoet. Straffe Chinezen, buigzaam zoals bamboe, maar moeilijk te kraken. Sommigen riskeerden hun eigen vel door met mij te praten.

Ik verlaat Peking met een container, elf koffers, een vrouw en twee kinderen. En vooral een schat aan levenswijsheid en herinneringen. China is na vijf jaar een deeltje van mezelf geworden. Het is het land waar mijn zoon geboren is en dat mij en mijn gezin heeft veranderd, zoals het de rest van de wereld aan het veranderen is. Beestig China. In al haar betekenissen.

Dit is een voorpublicatie uit het boek "Beestig China" van Tom Van de Weghe dat eind september verschijnt bij uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts.