Mijnwerkers worden zelf beschuldigd van moord

In Zuid-Afrika worden 270 mijnwerkers van de mijn van Marikana in staat van beschuldiging gesteld voor de moord op 34 van hun collega's. Die zijn twee weken geleden doodgeschoten door de politie. Volgens het parket is de inbeschuldigingstelling in overeenstemming met de wet.

De "common purpose-clausule" in de Zuid-Afrikaanse wet bepaalt dat iedereen in staat van beschuldiging wordt gesteld die zich bevindt op een plaats waar de politie betrokken raakt bij een schietpartij.

De 270 mijnwerkers zijn aangehouden, onder wie ook zes mijnwerkers die zelf gewond waren geraakt bij de schietpartij.

"Dit is waanzin", reageert Julius Malema, oud-leider van de ANC-Jeugdliga (foto). "De agenten die de mijnwerkers hebben doodgeschoten, zitten niet in de cel - geen enkele van hen." Malema is uit het ANC gezet nadat hij was veroordeeld wegens het aanzetten tot haat tegen blanke boeren.

De staking in de platinamijn van Marikana is gericht tegen de slechte werkomstandigheden en heeft al 44 mensenlevens geëist. Bij geweld tussen aanhangers van concurrerende vakbonden vielen 10 doden en op 16 augustus schoot de Zuid-Afrikaanse politie 34 mijnwerkers dood.

De mijnstaking duurt intussen nog altijd voort. Minder dan 7 procent van de 28.000 mijnwerkers van de mijn van Lonmin is weer aan de slag gegaan. De directie onderhandelt met de vakbonden, maar dat heeft nog niets opgeleverd.