"Gestraft omdat ik een auto heb"

Wat een burgemeester ook doet: het is nooit goed voor iedereen. Dat maakt de negende reeks voorstellen uit “De vragende partij” duidelijk, die vandaag naar de lijsttrekkers zijn gestuurd. Soms kan die kritiek scherp zijn, bijvoorbeeld als het gaat over parkeerplaatsen.

Een van de hoofdverzuchtingen in “De vragende partij”, zo bleek de vorige weken, is het autoluw maken van gemeenten. Vele voorstellen willen minder auto’s die het centrum binnenrijden, daar parkeren en tegelijk fietsers en voetgangers hinderen door te snel te rijden of met twee wielen op de stoep te gaan staan. Het zijn populaire voorstellen, want ze krijgen veel stemmen.

Maar er leven ook andere gedachten. Ze gaan tegen de stroom in en willen dat wagens vlot en snel kunnen rijden en parkeren, zo blijkt in Diest:

  • “Ik stel voor dat jullie het gratis parkeren opnieuw invoeren. Hierdoor gaan er meer mensen terug naar Diest komen om te winkelen en gaan de handelsactiviteiten heropleven.” 

Wat nu in “De vragende partij” naar boven komt, horen burgemeesters of schepenen wellicht dagelijks. Bewoners van het centrum willen rustige straten. Maar de winkelier in die straat wil veel klanten, ook van buiten het centrum, dus moeten er parkeerplaatsen zijn.

Ook in andere gemeenten ontstaan discussies over parkeren:

  • “Ik stel voor dat dat jullie werk maken van meer parkeerplaatsen voor de inwoners van Antwerpen! Het lijkt eerder op een straf als je over een auto beschikt en in de stad woont.”
  • “Ik stel voor dat er dubbel zoveel parkeerplaatsen komen in straten en pleinen, want die zijn de laatste 10 jaar gehalveerd, en dit terwijl er dubbel zo veel voertuigen in het verkeer bijgekomen zijn.” (Maaseik)

Sommige indieners van voorstellen reageren emotioneel op een parkeerverbod:

  • “Ik stel voor dat u het parkeerbeleid wijzigt. Mijn bejaarde moeder, die moet rondkomen van een overlevingspensioen, wil mij niet meer bezoeken omwille van de hoge parkeerkosten.” (Anderlecht)

Buren willen ook parkeren

Wouter Beke, voorzitter van de CD&V en lijsttrekker in Leopoldsburg vergeleek deze discussies in zijn antwoord voor "De vragende partij" met “een waterbed”. Als je op de ene plaats duwt komt er ergens anders een bult. Als de ene bewoner een autoluwe straat krijgt, rijden meer wagens in een andere straat.

Dit lokt discussies uit tussen mensen die om de hoek wonen:

  • “Ik stel voor dat het parkeerbeleid in Merksem herbekeken wordt! De Bredabaan 'ontruimen' van bewoners tijdens winkeluren zal voor overlast zorgen voor de aangrenzende straten.” (Antwerpen)

Ook tussen buren in dezelfde straat:

  • “Dat buurtbewoners voorrang krijgen om hun auto in hun eigen straat te kunnen parkeren. En dat de personen die een garage bezitten hun auto er in zetten in plaats van op straat te laten staan”.(Brussel)

Of tussen ouders die kinderen naar school brengen en bewoners van die straat:

  • “Een gratis boetevrij parkeerbeleid aan de scholen in het centrum. Ook een oversteek-agent aan de schoolpoort, meer blauw om de kinderen te beschermen, ipv hun correct geparkeerde ouders te beboeten...” (Wetteren)

"De bus lost niet alles op"

Of tussen vrachtwagenchauffeurs en bestuurders van lichter vrachtvervoer:

  • “Ik stel voor dat de parkeergelegenheden voor zwaar vervoer vrij gehouden worden voor dat vervoer...Caravans en camionetten horen daar niet! Op vrijdag is het een chaos om mijn voertuig te stallen.” (Hasselt)

Bovendien wil niet iedereen volop de kaart trekken van het openbaar vervoer:

  • “Ik stel voor dat u het verkeersvrije deel van de kleine ring weer omvormt tot honderden parkeerplaatsen. Er zijn er te weinig in het stadscentrum. Niet elk mobiliteitsprobleem kan opgelost worden met de bus!”(Hasselt)

Soms lief, soms grof

Sommige indieners van voorstellen in “De vragende partij” lijken kwaad en uiten ongezouten hun mening:

  • “Ik stel voor dat bewoners een deftige bewonersplaats "krijgen" in Gent centrum en niet meer gekloot worden a rato van 50 € per dag. (...).”

Het is duidelijk niet altijd plezierig om als burgemeester of schepen door het leven te gaan. Ze moeten keuzen maken en er is wel altijd iemand het daar niet mee eens. Ze krijgen dus veel kritiek te slikken, soms lief, soms grof.

Erik Wijnen

lees ook