Mechelen, stad zonder problemen

COLUMN - Nu het erom begint te spannen, doen steeds meer kandidaten en partijen een beroep op de Rijdende Helpdesk van Van Dievel Consulting. Om problemen op te lossen, of te creëren… De stad Mechelen bijt de spits af.

"Louis, wij hebben u nodig", sprak Kristel Strubbe mij op familiaire wijze toe.
Zij mag dat, want wij zijn oud-collega’s van bij de VTM. Nu ben ik schrijvelaar bij de VRT en Kristel is schepen met een zware portefeuille in Mechelen en kandidate voor de Mechelse stadslijst, een merkwaardige combinatie van Open VLD, weggelopen CD&V’ers en Groen.
"In Mechelen loop alles op wieltjes", vervolgde la Strubbe, "er is hier werkelijk geen vuiltje aan de lucht. Wat wij nodig hebben is een stevig probleem waarin wij onze tanden kunnen zetten, en nog liever een groots project waarmee wij nog voor 14/10 kunnen uitpakken."

Bingo, dacht ik, mijn eerste klant is binnen. Speciaal voor deze verkiezingen pakt Van Dievel Consulting namelijk uit met service aan huis, maar tot nog toe was de rode telefoon van mijn Rijdende Helpdesk stom gebleven.
"Momentje", zei ik, "even checken of er zich geen deontologisch probleem stelt."
Vliegensvlug spelde ik de kandidatenlijsten uit, zoekend naar de naam Van Dievel. De telgen van dit roemrijke geslacht wonen immers allemaal – behalve ikzelf en een verre neef met een pension in de Oostkantons – in een straal van 15 km rond de Mechelse Grote Markt. Zelf ben ik in de stad geboren, liep er vele jaren school en zette er als slagersjongen te fiets mijn eerste stappen in het beroepsleven.

"À propos, Kristel", peilde ik, "waarom belt uw lijsttrekker Bart Somers niet zelf?"
"Hij weet van niets, fluisterde de schepen, "een beetje interne concurrentie binnen onze Open VLD kan nooit kwaad."
Ze knipoogde eens ondeugend, althans dat vermoedde ik, want aan de telefoon is dat niet altijd even goed zichtbaar.

Fluks haastte ik mij in mijn batmobiel naar de oude hoofdstad der Nederlanden. Ik parkeerde op een breed uitgemeten zebrapad en legde mijn Kalmthoutse bewonerskaart goed zichtbaar onder de voorruit. Ik sloeg de Leopoldstraat in en was niet weinig verbaasd toen ik daar Bart Somers uit een raam zag hangen. Ik groette hem vriendelijk maar kreeg geen groet terug. Pas veel later op mijn tocht, na ongeveer vijftig Bart Somersen uit het raam, realiseerde ik mij dat ik niet met de echte te doen had. Maar de gelijkenis is treffend, dit te mijner verontschuldiging.

Onderweg naar Mechelen had ik dé barometer der gemeentelijke kiesstrijd geraadpleegd, "De vragende partij", wat anders? En wat bleek: de Mechelaar wil van zijn stadsbestuur de herinrichting van het pas heringerichte Plaisanceplein. Verdorie, dacht ik, wat zal ik daar aantreffen? Als het Plaisanceplein bekommernis nummer één is, dan tref ik daar waarschijnlijk op zijn minst enige hulpeloze voetgangers en fietsers aan, die al sinds vorige zaterdag proberen om dat beruchte plein over te steken. Misschien tref ik er wel zwaar geblutste voertuigen aan in plassen olie, en nijvere agenten die de verkeerschaos pogen te ontwarren.

Nu moet u weten dat het Plaisanceplein officieel niet eens bestaat, kijkt u er het Mechelse stratenplan maar op na. De postbode die ik aansprak, had er zelfs nog nooit van gehoord. Ik sprak de goede man nochtans aan op de Plaisancebrug (tweede foto), die wél bestaat, en waarnaar het plein informeel genoemd is.

Die brug ligt over de vaart naar Leuven, de pas verjaarde Jo Leemans (85!) woont vlak in de buurt. Het gaat, en nu opletten, zelfs om een dubbele brug, die eens aan de overkant, de deelnemer in het verkeer een uitweg naar diverse bestemmingen biedt, waarop ik om redenen van bondigheid niet in zal gaan.

En inderdaad is het daar een verwarde toestand, staan er veel te veel stoptekens en verkeerslichten en voorsorteerstroken en vergt het van de voetganger een goede conditie en vooral veel alertheid om van de ene kant naar de andere kant over te steken, maar om dit plein nu het grote leed van Mechelen te noemen?

Het is goed om te weten, dacht ik bij mijzelf, terwijl ik de straten en pleinen van de stad doorkruiste op zoek naar andere problemen, dat in Mechelen alles zo goed als in orde is qua veiligheid, verkeer, groenvoorziening, kinderopvang en diversiteit en dat de Mechelaar een tevreden burger is. Waarom, vervolgde ik mijn overpeinzingen, doen de andere partijen eigenlijk nog mee? Uit gewoonte waarschijnlijk, of omdat ze moeten van hun voorzitter.

Maar kon ik met lege handen terugkeren naar Kristel Strubbe? Dat zou niet goed zijn voor de commerce van Van Dievel Consulting. Plots ging er mij een geweldig licht op. Het moest niet per se een probleem zijn, had de liberale vrouwe mij toevertrouwd, het mocht ook een groots project zijn.

"Kristel", zei ik, toen wij tête-à-tête gezeten waren in een taveerne op de Mechelse Grote Markt, waar ik in de feestzaal op de eerste verdieping als jongeling nog uit de bol was gegaan op wat toen T-dansants werd genoemd, "ik heb een project waarmee het stadsbestuur geweldig zal kunnen uitpakken: de volgende Olympische Spelen."
"Zot!", repliceerde Strubbe, "die worden toch in Rio De Janeiro gehouden."
Zij schoot in een lach die mij als zeer onaangenaam overkwam.

"Ach Kristel", probeerde ik niet te meewarig te klinken, "die Brazilianen brengen daar toch niets van terecht, die zullen pas ten vroegste in 2020 klaar zijn met hun stadions enzo. Het Internationaal Olympisch Comité zal maar al te blij zijn dat er in een klein stadje in Vlaanderen een burgemeester opstaat die zich bereid toont die zware taak op zijn schouders te nemen."

Ik zag Strubbe stiekem naar haar iPhone grijpen om het nummer van de dichtstbijzijnde psychiatrische instelling te bellen.

"Gij lacht, Kristel, maar gij vergeet dat uw burgemeester in het jaar 2003, toen hij nog Vlaams minister-president was, al heeft voorgesteld om de Olympische Spelen van 2016 naar Vlaanderen te halen. De plannen liggen klaar, ge moet ze enkel nog uit de schuif halen!"

Louis van Dievel

lees ook

    Meest gelezen