"Echte strijd om een betaalbare woning te vinden"

De Brusselse Bond voor het Recht op Wonen (BBRoW) roept alle gemeenten in het Hoofdstedelijk Gewest op om voor elke Brusselaar het recht op degelijk en betaalbaar wonen te garanderen. Vooral in Elsene zijn er grote problemen, blijkt uit een studie die de vereniging uitvoerde.

De Brusselse regering heeft in 2009 voor elke gemeente een doel vooropgesteld: tegen 2020 moet 15 procent van de woningen in openbaar beheer en van sociale aard zijn. Te weinig ambitieus, vindt de BBRoW, die 20 procent beter vindt. De organisatie pleit voor actie.

Vooral in Elsene blijkt de woonproblematiek prangend. Sociale woningen vertegenwoordigen er amper 5,5 procent van de woningmarkt. Nochtans is de nood hoog: 60 procent van de alleenstaanden en 25 procent van de gezinnen komen qua inkomen in aanmerking voor een sociale woning. De wachtlijsten voor een sociale woning zijn eindeloos: gegadigden moeten vaak tot 7 jaar wachten voor ze aan bod komen.

De gemiddelde huurprijs in Elsene is 630 euro per maand. Volgens de studie van de BBRoW zou de helft van de Elsenaars niet meer dan 400 euro per maand (zowat een derde van het inkomen) aan huur mogen betalen. Dat streefdoel wordt helemaal niet gehaald, zo veel is duidelijk.

Wat de vastgoedprijzen betreft, blijkt Elsene de op één na duurste gemeente in Brussel. Een gemiddelde koopwoning kost er al gauw 500.000 euro: geen spek voor de bek van de doorsnee Brusselaar dus.

Wat doe je eraan?

De BBRoW pleit voor een concreet actieplan in Elsene. Zo heeft de gemeente vandaag niet eens een schepen die verantwoordelijk is voor huisvesting. "Een schepen van Huisvesting is absoluut nodig", vindt Werner Van Mieghem van de BBRoW.

Daarnaast moet de leegstand in Elsene dringen worden aangepakt, zegt BBRoW. Dat kan door echt werk te maken van een gemeentelijke belasting op leegstand. In Elsene staan er nu naar schatting 1.500 leegstaande gebouwen, maar volgens Van Mieghem is de belasting op leegstand nog maar een 40-tal keren geïnd.

De BBRoW weet ze staan, de leegstaande huizen, en probeert het probleem aan te kaarten door ze te brandmerken met stickers en de eigenaars er zo bewust van te maken dat ook zij hun bijdrage kunnen leveren om het woonprobleem in Elsene op te lossen. 

Maar de gemeentelijke overheid zelf kan meer doen: sociale verhuurkantoren steunen, aan privé-promotoren quota voor sociale woningen opleggen bij de realisatie van een nieuw project, gemeentelijke huursubsidies invoeren, renovatie van vervallen woningen financieel ondersteunen, enz...

Heeft de politiek dan geen oren naar deze verzuchtingen? "Nauwelijks", zegt Werner Van Mieghem. "Een tijd geleden hebben we een memorandum gestuurd naar alle leden van de gemeenteraad, maar daar hebben we weinig of geen reactie op gekregen."

"Intussen moeten we volhouden"

Ze bestaan nochtans, de Elsenaars met een dringende woonbehoefte. Muriel Houbion bijvoorbeeld huurt sinds twee jaar een tweekamerflat en betaalt daar 555 euro per maand voor. "Méér kan ik mij echt niet permitteren", zegt ze.

"Mijn flat is eigenlijk te klein voor mij en mijn twee dochtertjes", legt ze uit. "Het is echt niet gemakkelijk. Noodgedwongen moeten we in mijn salon slapen."

Muriel komt dus echt wel in aanmerking voor een sociale woning. "Dat heb ik al opgegeven", zucht ze. "De wachtlijsten zijn veel te lang." Bij "Habitat & Rénovation" hoopt ze meer kans te maken. Dat is een organisatie die woningen huurt en opknapt en ze doorverhuurt aan een redelijke prijs. Over drie jaar hoopt Muriel te kunnen verhuizen naar een degelijke en betaalbare woning. "Intussen moeten we zien vol te houden", zegt ze enigszins gelaten.

Meer informatie over de huisvestingsproblematiek in Brussel vindt u op de website van de BBRoW.

Rik Arnoudt

lees ook