Aalter, dorp zonder oppositie

COLUMN - Nu het erom begint te spannen, doen steeds meer kandidaten en partijen een beroep op de Rijdende Helpdesk van Van Dievel Consulting. Om problemen op te lossen, of te creëren… Vandaag is Aalter aan de beurt.

Groot was mijn verbazing toen ik aan de gemeentegrens van Aalter staande werd gehouden door een eenheid paracommando’s uit Tielen. Mijn batmobiel werd grondig onderzocht op explosieven, mijn cd’s werden gekeurd en vervolgens door een militaire bulldozer verpletterd en van mijn leesboek-voor-in-de-file, nochtans een klassieker van Pieter Aspe, werd ter plekke een vuurtje gestookt. Ikzelf moest met de handen op het hoofd en in onderbroek naast mijn voertuig plaatsnemen.

"Bevel van hogerhand", meer zei de sergeant niet die de paracommando’s aanvoerde. "Maar ik heb een afspraak met uw minister, met Pieter De Crem!", sputterde ik tegen. Er kwam geen antwoord meer.

Probleempjes

Een uur later kwam de minister van Defensie annex burgemeester eraan gesjeesd, gezeten aan het stuur van een generische tank. "Excuseer", zei hij achteloos, "ik moest nog een buslading puissant rijke Fransen rondleiden die overwegen om zich in onze gastvrije gemeente te vestigen."

"Over onze opcentiemen heb ik niet gesproken", lachte de Aalterse burgemeester vrolijk. "Kom mee, we gaan een koffietje drinken." Ik klom aan boord van de tank.

"We hebben de laatste maanden veel problemen gehad", gaf PDC geheel uit zichzelf toe, "die Pierre S. van de kasteelmoord woonde hier, er stonden Spaanse verpleegkundigen op de stoep van ons rusthuis en Bekaert heeft honderden mensen buiten gesmeten. Ik kan die allemaal geen job in het leger geven, hé! Maar voor de rest is alles hier dik in orde."

Kartel met N-VA

"U voert een van de weinig overgebleven kartels met de N-VA aan, bent u dan niet bang van binnenuit door die partij te worden opgevreten?", vroeg ik. De Crem barstte in een zulkdanige lachbui uit dat hij het stuur van de tank losliet, dewelke een groot gat reed in een zijmuur van het Cremlin, het architecturale pareltje dat vele gemeenten Aalter benijden.

"Yves had het mij op tijd ingefluisterd, Yves Leterme dus. Sluit rap een kartel nu de prijs nog redelijk is, gelijk ik in Ieper. Ge maakt de N-VA monddood en over zes jaar spreekt niemand nog over die partij en hebben ze allemaal een lidkaart op zak van de CD&V, strekking Pieter De Crem weliswaar."

"Ha ja", vervolgde PDC zijn monoloog, "want hier in Aalter heeft CD&V een duidelijke ideologie, namelijk: “De Crems wil is wet”. Onze voorzitter zou hier beter eens komen kijken." "Met Rik Torfs?", zei ik op lichtelijk provocerende toon. "Die clown komt hier niet binnen, die heeft al drie GAS-boetes aan zijn gilet voor hij twee stappen over de gemeentegrens heeft gezet!", snoof burgemeester De Crem.

Zijn er klachten?

"Is dat nog wel democratisch, heer De Crem, dat u het leger inzet om uw gemeentegrenzen te bewaken en ongewenste bezoekers te weren?", waagde ik. "Hoort ge hier iemand klagen?" Pieter De Crem keek om zich heen en richtte zich tot de mensen die op het accident met de tank af waren gekomen. "Heeft er hier iemand klachten? Dat hij of zij vrijuit spreke!" Het bleef doodstil. De meeste mensen staarden geconcentreerd naar de tippen van hun schoenen. Enkel de tientallen vlaggen met beeltenis van de burgemeester wapperden vrolijk in de wind.

"Ge ziet het, Van Dievel, alles is hier opperbest."

Eigen glossy

In de inkomhal van het Cremlin waren personeelsleden van de gemeente druk bezig om tientallen dozen uit te laden die duizenden exemplaren van het personalitymagazine “CREMBO” bleken te bevatten. "Voor elke inwoner ééntje", sprak De Crem trots, "en we gaan huis aan huis langs om te controleren of het wel gelezen is."

"U bent wel pas de vierde die met zo’n blad uitpakt, als u mij deze milde kritiek toestaat", sprak ik, zwaar onder de indruk. "Och, maar dat weten de mensen hier niet. Van half september mogen hier geen kranten verkocht of verdeeld worden en staan alle TV’s op Channel Crem afgesteld", zei Pieter De Crem trots.

Het grote probleem

"Waarom hebt u mij eigenlijk laten komen?", vroeg ik dan maar, "als hier geen enkel probleem is." Het gezicht van de burgemeester viel in een ernstige plooi. "Er is hier geen oppositie die naam waardig", sprak hij op bezorgde toon, "en dat baart mij geweldig veel zorgen, het is niet goed voor de democratie. Ik heb zes jaar lang geduld gehad met de paar verkozenen van de minderheid, ik heb naar hun gebazel geluisterd, ik heb hun niet bijster intelligente voorstellen gesteund, ik heb ze alle kansen gegeven om te groeien. Maar het is allemaal geen avance geweest. Groen komt met 25 naïevelingen op, de liberalen hebben 13 dwazen samengeraapt en Vlaams Belang heeft een lijst met 3 pipo’s."

"Is iedereen dan bang voor u, heer De Crem?" "Ik zou niet weten waarom. Hier zie." En de burgemeester stopte mij nog een glossy magazine in de handen. "Om geen kritiek te krijgen dat de oppositie geen kansen krijgt, heb ik op eigen kosten - let wel, op eigen kosten dus - een magazine uitgegeven met de lijsten, de foto’s en de armzalige programma’s van die verdwaalde schapen, zal ik ze maar noemen."

Op de cover prijkten de onsympathiek gefotoshopte hoofden van de lijsttrekkers der oppositie. De titel van het magazine luidde: “SUKKELS”.

Louis Van Dievel

lees ook