De volledige tekst van het charter van Kortenberg

De tekst van de 700 jaar oude Keure van Kortenberg is vrij kort, maar kernachtig en laat aan duidelijkheid niets te wensen. Niet de hertog of de adel, maar de steden en dan vooral de patriciërs, zullen wegen op de politiek.

Concreet ging de Brabantse hertog Jan II akkoord om geen nieuwe belastingen aan de steden op te leggen. Er waren wel drie uitzonderingen: het ridderschap of het huwelijk van de kinderen van de vorst en het vrijkopen van de hertog indien die zou worden gevangen genomen.

Van de oorspronkelijke documenten zijn er nog twee bewaard: een in Leuven en een in Antwerpen. In Tienen en Zoutleeuw zijn er kopieën van enkele decennia na het uitvaardigen van de keure. De Brusselse versie werd vernield tijdens de Franse beschieting van de stad in 1695.

Opvallend is ook dat de keure in het Diets -het oude Nederlands- gesteld was. Een Franse vertaling kwam er pas enkele jaren toen ook de Waalse stad Nijvel betrokken werd in de Raad van Kortenberg, die moest toezien op de naleving van het charter.

Wie de Leuvense versie van de keure uit 1312 wil bekijken, kan dat zaterdag 29 september tussen 10 en 13 uur in  het stadsarchief in Leuven. Er is wel een inschrijving nodig via het mailadres cultuur@kortenberg.be.

Wij, Hertog Jan Van Brabant, geven te houdene, ewelec , vortane al d'articlen die hier naer bescreven staan:
Eerstwaerfs; dat wij no bede nemen, hensij omme occaison van ridderscape, van huweleke ochte gevangnesse, ende die bede sal men also wes’lec nemen.
Vort selen wij, selen wij houden al onse lant te wette ende onze lieden, riken ende armen, wet!, ende vonnesse doenghelijc.
Vort selen wij, selen wij alle onse vrie staden houden in haerre vriheiden die sie harebracht hebben.
Vort selen wij, selen wij kiesen binnen lands viere goede lieden.
Ende desen selen komen te Corthemberghe, van drien weken te drien weken.
Ende volle macht hebben van onsen weghen, altoes alle dese dinghe te verbeterne.
Ende vort ware dat zake dat enech van voorgeseiden riddren van live te doen ghinghe, dat men enen andren kiesen bi rade der goeder liede van den lande.
Ende dese riddren, zij selen sueren op d'Heil'ge Evangeliën dat si ons wale bewaren selen ende recht geschien doen na hare beste.
Ende ware dat sake dat de riddren eneghe dinghe maekten, so consenteren wij dat men binnen onsen lande engheen vonnesse segghen sal, noch dienst doen en sal, tot ane dier stont, dat men die dinghe geschien dade.
So hebben wij, Hertog Jan Van Brabant, deze lettren besegelt.
Also is’t gesijt.