Is er plaats voor groen op de Groenplaats?

Afbeeldingen uit het Ancien Regime laten er geen twijfel over bestaan: ooit was de Groenplaats in Antwerpen een groene oase middenin de stad. Vandaag is het plein lang geen toonbeeld van natuurschoon meer. Sinds de laatste herinrichting in 1993 overheersen steen en beton. Een pak inwoners is de troosteloze aanblik zat en vraagt via “De vragende partij” om van de vlakte terug een groene zone te maken.

Twintig jaar geleden tekende architect Bob Van Reeth de plannen voor de huidige Groenplaats. ““Antwerpen Culturele Hoofdstad van Europa” stond voor de deur en de stad wilde het plein in een nieuw kleedje stoppen.” Van Reeth had een “lichtplein” in gedachten: “Kwaliteitsvolle dolomiet zou het zonlicht weerkaatsen. Op de plaats van de kiosk voorzag ik een grote, transparante luifel zoals later op het theaterplein gerealiseerd werd. Die zou tegelijk als metrotoegang dienen.”

De plannen werden evenwel nooit uitgevoerd. Nog steeds heeft Van Reeth het raden naar de reden: “Het stadsbestuur had het laatste woord.” Het idee om meer groen op het plein te introduceren is hem niet ongenegen maar hij nuanceert: “Een plein is geen park. Als men een open plek in de stad optimaal wil gebruiken, is verharding noodzakelijk. Sinds de Renaissance heeft men pleinen altijd verhard.”

Petanquen onder de bomen

Stadsbouwmeester Kristiaan Borret bevestigt het verhaal van Van Reeth: “De heraanleg van de Groenplaats is destijds met veel ambitie van start gegaan maar botste gaandeweg op tal van moeilijkheden. De dolomietkiezel waaide weg waardoor alsnog beton nodig was. Door de parking onder het plein konden de bomen niet groeien. Ten slotte is er ook nog de tramlijn die de vlakte insluit. De droom was petanque te kunnen spelen in de schaduw van het groen. Het is wel even anders uitgedraaid.”

Ook hij pleit voor voldoende open ruimte: “De inrichting van een plein hangt af van de context. De naam “Groenplaats” zegt het zelf: een plein met groen. Dat betekent dat verharding noodzakelijk is, wat niet wegneemt dat meer bomen welkom zijn. We kunnen niet om de bestaande ondergrondse infrastructuur heen, maar dankzij nieuwe knowhow kunnen we groen in de toekomst beter inplanten. De Kouter in Gent is hiervoor een goed voorbeeld.”

“De ondergrond bepaalt alles”

Hoe de Groenplaats er op termijn moet uitzien, houdt Borret liever in het midden: “Als bouwmeester wil en kan ik de pen niet vasthouden.” Wel staat het voor hem als een paal boven water dat een opknapbeurt pas kans op slagen heeft indien de in- en uitrit van de ondergrondse parking worden herbekeken: “Momenteel zijn het gapende monden die het plein ontsieren. Zowel aan het Hiltonhotel als de Nationalestraat vormen ze obstakels voor voetgangers en fietsers. We moeten nagaan of en hoe we ze beter kunnen oriënteren. De ondergrond is bepalend voor elke verdere aanleg.”

Parijs of Siena?

Borret ziet het meeste heil in een (internationale) architectuurwedstrijd om de Groenplaats een nieuw gezicht te geven. Ook buitenlandse pleinen kunnen een bron van inspiratie vormen: “We mogen niet bang zijn voor een traditionele inrichting. De Place des Vosges in Parijs is een mooi voorbeeld van hoe het wel kan.” Bob Van Reeth zoekt het nog zuidelijker: “Een plaats als de Piazza del Campo in Siena weet me te bekoren. Maar ook dichter bij huis zijn knappe plekjes te vinden. Steden als Kortrijk en Mechelen bewijzen met de inrichting van hun pleinen dat ook bij ons pareltjes kunnen worden gerealiseerd.”

Alexander Verstraete

lees ook