Moeder, waarom stemmen wij?

Waarover gaan de lokale verkiezingen eigenlijk? Dat was zowat de baseline van het openingscollege politicologie van de Gentse professor Carl Devos. Zeven partijvoorzitters kregen ruim de tijd om daar een antwoord op te verzinnen en legden eigen accenten. Al waren er af en toe ook raakvlakken.

Professor Carl Devos probeert elk jaar een toppoliticus naar Gent te lokken om het academiejaar in stijl op gang te trappen. De voorbije jaren passeerden onder meer Herman Van Rompuy, Bart De Wever, Guy Verhofstadt en Johan Vande Lanotte de revue. Vandaag vulde het spreekgestoelte zich met zeven politici tegelijk.

Partijvoorzitters Wouter Beke (CD&V), Bart De Wever (N-VA), Bruno Tobback (SP.A), Alexander De Croo (Open VLD), Wouter Van Besien (Groen), Bruno Valkeniers (Vlaams Belang) en Jean-Marie Dedecker (LDD) mochten komen uitleggen waarover de komende gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen zullen/moeten gaan. Alle zeven staan ze op een lijst in oktober, vier van de zeven zijn bovendien lijsttrekker in hun gemeente. Kennis van zaken dus.

LDD: “Men wil de tak niet afzagen waarop men zit”

LDD-voorzitter Jean-Marie Dedecker mocht de spits afbijten. Hij benadrukte vooral waarover verkiezingen in de toekomst volgens hem en zijn partij niet meer zouden mogen gaan: de provincieraden. Dedecker gebruikte een groot deel van zijn 15 minuten spreektijd om aan te tonen waarom het provinciale niveau beter afgeschaft zou worden, een niveau dat “dateert uit de napoleontische tijd”.

Zo verweet hij de Vlaamse regering dat ze in tijden waarin bespaard moet worden, toch een nieuw provinciedecreet heeft goedgekeurd, “waarin de zaken zo goed als in stand worden gehouden”. Dedecker citeerde ook enkele  collega-partijvoorzitters die ook voor de afschaffing van de provincies zouden pleiten, maar verweet hen die uitspraken niet na te leven. Volgens Dedecker is het grote probleem daarbij “dat men de tak niet wil afzagen waarop men zit” en hij verwees daarbij naar de fractietoelagen die politici ontvangen.

Voor Dedecker en LDD - die overigens geen lijsten indienden voor de provincies - is het nochtans duidelijk: “Vergroot de gemeenten en schaf de provincies af.” Voor zijn eigen partij ziet hij de komende verkiezingen als een soort “overlevingsstrategie”. Aan lokale onderwerpen besteedde hij vandaag geen tijd, “want de kans is klein dat er hier iemand uit Middelkerke zit”.

VB: “Gemeente moet opnieuw als thuis aanvoelen”

Bruno Valkeniers van Vlaams Belang besteedde zijn spreektijd aan grosso modo twee thema’s: het belang van zijn partij in Vlaanderen en de inzet van de verkiezingen. Volgens Valkeniers sluimert er een “politieke moeheid bij Jan Modaal”, omdat er ondanks de uitslag van de verkiezingen altijd dezelfde coalities worden gevormd. Hij gaf toe dat de “bubbel van ongenoegen” zich wel regelmatig verplaatst van partij naar partij, “maar het ongenoegen is nooit weg”.

Waarna een betoog volgde waarom zijn partij het “enige perspectief op iets nieuws, iets echt anders” is. Hij haalde daarbij uit naar het cordon sanitaire en de aanpak van de media en de VRT in het bijzonder, onderstreepte dat oude ideeën van Vlaams Blok/Belang nu door andere partijen worden overgenomen - “Wat 20 jaar geleden politiek incorrect was, is nu mainstream geworden” - en benadrukte de krachtlijnen van het programma van zijn partij.

Hij besloot met de inzet van de verkiezingen volgens zijn partij: de nood aan een “nieuw, sterk sociaal weefsel”. “Mensen moeten het gevoel krijgen dat de openbare ruimte opnieuw van hen is. De mensen moeten hun dorp, gemeente, Vlaanderen opnieuw als hun thuis aanvoelen.”

“Voor een groen beleid heb je groenen in het beleid nodig”

Groen-voorzitter Wouter Van Besien kwam als derde aan de beurt en stelde zich als eerste voor het spreekgestoelte op. Het gaf meteen een andere dynamiek. Van Besien had het vooral over de vraag van de bevolking naar groene, leefbare, verkeersveilige gemeenten. Hij verwees daarvoor naar studies uitgevoerd door Vlaamse ministers, “die ze jammer genoeg naast zich neer hebben gelegd”.

Van Besiens conclusie was dan ook: “Als je een groen beleid wilt, heb je groenen in het beleid nodig.” Verwijzend naar Zwijndrecht en Mortsel (twee gemeenten met een groene burgemeester), haalde hij enkele concrete voorbeelden aan, zoals de tramlijn en de rechtvaardige belastingen in Zwijndrecht en het “controversieel maar consequent beleid” in Mortsel.
Daar moeten de verkiezingen ook over gaan, stelde Van Besien. Niet over wie de burgemeester wordt, maar over welke coalitie er komt en welk beleid die zal voeren.

“Een vriend zei me: ik ben helemaal groen geworden, maar ik ga toch voor Patrick Janssens stemmen, want anders wordt Bart De Wever burgemeester en dat wil ik niet. Ik zei: dat begrijp ik.”

Van Besien haalde er als eerste de lachers mee op de hand, maar wilde er vooral mee aantonen dat de Antwerpenaars op Groen moeten stemmen, “want anders krijg je een coalitie van Janssens en De Wever”.

Open VLD: "Kiezen tussen NIP en PIP"

Alexander De Croo (Open VLD) gooide zijn “spreekbeurt” over een heel andere boeg en benadrukte het belang van inspraak. Die zal op het lokale niveau beginnen, stelde hij, “want innovatie komt altijd van onderuit”.

“Politieke vernieuwing gebeurt vooral op het lokale niveau”, stelde hij en dat zal ook zo met inspraak zijn. Volgens De Croo is het eindelijk tijd dat onze samenleving evolueert van een “vertegenwoordigingsdemocratie” naar een “inspraakdemocratie”. Hij ziet daar een belangrijke rol weggelegd voor de smartphone, waarmee mensen het beleid snel kunnen beïnvloeden.

14 oktober wordt voor De Croo ook een “keuze tussen NIP en PIP” (de zaal kijkt wat verbaasd op). “De keuze op 14/10 is er een tussen partijen, maar is ook een keuze gebaseerd op de manier waarop u naar de samenleving kijkt, als een negatief of als een positief persoon?” De vraag is volgens De Croo dan ook: “Kiezen we voor negatief ingestelde politiek of positief ingestelde politiek?”

Helemaal in het begin betuigde hij ook zijn “respect” voor jonge mensen die kandidaat zijn en vroeg of er in de zaal zaten. Uit de enkele opgestoken vingers koos hij er – toeval of niet - toch wel een Open VLD’er uit zeker…

SP.A: “Gemeente is een sociaal netwerk”

SP.A-voorzitter Bruno Tobback begon met te onderstrepen dat de “impact van de kiezer zeer groot is. Uw verantwoordelijkheid is immens.” Voorts benadrukte hij dat het in Vlaanderen wel degelijk mogelijk is om grote projecten te verwezenlijken, “hoewel vaak gezegd wordt dat men voor grote projecten in Vlaanderen geen twee stenen op elkaar krijgt”. En het bewijs wordt geleverd op lokaal niveau, stelde hij, verwijzend naar zijn eigen stad Leuven, Antwerpen en Gent (niet toevallig allemaal met socialisten aan het roer).

Tobback benadrukte wel dat zulke projecten alleen slagen als ze het doel hebben dat iedereen er iets aan heeft. “Het is niet evident in Vlaanderen want Vlaanderen is sterk bebouwd en dicht bevolkt, maar het is wel degelijk mogelijk om een project uit te bouwen als je vertrekt van de vraag wat het betekent voor heel de omgeving.”

En zo is het is ook met onze samenleving, stelde Tobback. Die is gebaseerd op rechten en plichten, maar die hebben alleen maar zin voor diegenen die deel uitmaken van de samenleving, “niet voor mensen die je opzijschuift of vogelvrij verklaart”. Tobback vergeleek een gemeente met een sociaal netwerk, “wat die in wezen is”. “En zo’n netwerk heeft maar één bedoeling: maken dat alle deelnemers er iets aan hebben. En dat is de inzet van deze verkiezingen.”

CD&V: “Burgemeester moet je voor iedereen zijn”

CD&V-voorzitter Wouter Beke kwam als voorlaatste aan de beurt en vond dat helemaal niet erg. “Zo had ik genoeg tijd om aan mijn verhaal te werken”, grapte hij met enige zin voor zelfspot. Beke legde tijdens zijn betoog vooral uit waarom zijn partij voor de slogan “Iedereen inbegrepen” heeft gekozen en waar die slogan voor staat.

“We moeten mensen versterken, hen de zekerheid van zorg geven, ervoor zorgen dat iedereen meetelt en hen een duurzaam perspectief geven”, vatte hij samen. Hij benadrukte dat zijn partij anders dan de andere partijen zich niet afzet tegen de andere, maar net “kijkt hoe we een gemeenschap vorm kunnen geven”. Ook hij stipte daarbij aan dat rechten en plichten belangrijk zijn en wees erop dat we als kinderen een gemeenschap geërfd hebben van onze ouders, “waarmee we duurzaam moeten omgaan”.

Beke verwees onder meer naar zijn gemeente Leopoldsburg en de mijnstreek errond, waar de beleidsvoerders naar alternatieven hebben gezocht voor de sluiting van de mijnene en de jeugd een toekomstperspectief hebben gegeven, “in plaats van Brussel de schuld te geven”. Ook in Kortrijk (aanpak criminaliteit) en Dendermonde (zaak Kim De Gelder) ziet Beke eenzelfde aanpak, waarbij men “als burgervader tegenstellingen overheerst”. Al maakte hij even een uitschuiver door De Gelder met Hans Vanthemsche te verwarren.

De conclusie van Beke, Barack Obama parafraserend: “Burgemeester moet je voor iedereen zijn.”

“N-VA is reus met dwergvoeten”

Bart De Wever (N-VA) mocht als laatste opdraven en begon met een reeks grapjes over zijn voorgangers. “Ik ben geen NIP én ik heb een smartphone”, dolde hij met De Croo. Ook de “bewegingen” van zijn collega’s waren hem niet ontgaan. “U begon in het centrum en eindigde uiterst links”, sprak hij tegen Van Besien. “De Croo zwalpte dan weer naar alle kanten.”

In het ernstige gedeelte van zijn betoog onderstreepte De Wever het belang van deze verkiezingen voor het politieke landschap in Vlaanderen, “dat aan het dansen is”. “Deze verkiezingen gaan over het verwerven van macht. En de lokale verankering is van enorm belang. Je moet geworteld zijn in de Vlaamse grond, in de lokale grond.” De Wever omschreef zijn eigen partij als “een reus met dwergvoeten”, groot in de peilingen, maar met kleine voetjes als je naar de lokale verankering kijkt. “En dat staat op 14 oktober op het spel.”

Wat de ideologische visie van de N-VA betreft, schoof De Wever drie speerpunten naar voren: Vlaamse autonomie als beleidsinstrument, een goed ondernemingsklimaat en gemeenschapsvorming. Wat dat laatste betreft, stelde hij niet in individualisme te geloven. “De gemeenschap is geen som van individuen, dat hebben we geprobeerd, maar is mislukt. Wij zijn een gemeenschapspartij en gaan uit van spontane verbanden.” De overheid moet volgens De Wever een “partner” zijn van het individu. “Zeker de lokale overheid.”

Hij had het ten slotte ook over de “kloof tussen de steden en de omliggende regio’s”. “De belangen van de ene worden uitgespeeld tegenover die van de andere”, stelde hij. Als we daar geen oplossing voor vinden, worden de problemen van de steden onoplosbaar. En dat wens ik Vlaanderen niet toe.”

Freek Willems

lees ook