Moerbeke-Waas, sprookjesdorp

COLUMN - Nu het erom begint te spannen, doen steeds meer kandidaten en partijen een beroep op de Rijdende Helpdesk van Van Dievel Consulting. Om problemen op te lossen, of te creëren… Vandaag is Moerbeke-Waas aan de beurt.

Het was een oude, wijze man die mij naar Moerbeke had genood. ‘Wij hebben uw hulp dringend nodig!’ had hij gezegd. ‘Kan ik u mijn tarievenlijst mailen?’ had ik geïnformeerd, maar daar was geen reactie op gekomen. ‘Hebt u zo’n GPS-ding?’ vroeg de man instede, met een dame die de weg wijst? Let dan goed op dat ze u niet naar Geraardsbergen stuurt, want daar hebben ze ook een Moerbeke, een gehucht zonder geschiedenis. Wij van Moerbeke-Waas daarentegen…

Vergane glorie

Het suikerdorp zoals het clichématig werd genoemd, ligt verstopt tussen Koewacht, Stekene, Eksaarde en gehuchten van Wachtebeke die naar namen als Ramonshoek en Achterhoek luisteren. Het dorp is een grensgeval, letterlijk. Vaut plus le détour, zou er op borden aan de gemeentegrenzen moeten staan.

‘Veel vergane glorie,’ verzucht mijn gastheer, terwijl hij zijn blauwe sjaal nog een slag om zijn gelooide nek slaat. We passeren het protserige gemeentehuis vanwaar je de citernen van de verlaten suikerfabriek kunt zien, leegstaande handelspanden, villa’s die getuigen van vroegere chiqué. De sluiting in 2007 van Iscal Sugar, zoals de fabriek op het laatst heette, was een ramp voor Moerbeke-Waas, voor de werkgelegenheid en voor de gemeentekas.

‘Kom we gaan een koffietje drinken in de Aquarella,’ maakte de oude wijze Moerbekenaar een eind aan onze wandeling. De Aquarella is een taverne in typisch Vlaamse horecastijl, met veel namaak-brocante. De koffie is er lekker. Mijn gastheer schoof het bonnetje kwansuis mijn kant op. Ik heb nog altijd niet durven vragen hoe hij mijn nog te formuleren diensten zou willen betalen. Na al die jaren in de branche van de gebakken lucht ben ik nog altijd een halve onnozelaar.

Lippensdynastie

‘Kent u Auguste Lippens?’ vroeg hij zonder op een antwoord te wachten. ‘Het zou mij verbazen. Bekende Lippensen op overschot, in Knokke ondermeer, maar ik doel op Auguste. De goede man was de eerste liberale burgemeester van het suikerdorp Moerbeke-Waas, na drie burgervaders van de katholieke partij. Afijn, Auguste Lippens droeg de sjerp in Moerbeke Waas van 1847 tot 1894, ja u hebt die cijfers goed gehoord. Hij werd halverwege zijn “ambtsperiode” grotebaas van de suikerfabriek en bracht het dorp voorspoed en verlichting, een nonnenschool ondermeer, waarna hij de fakkel doorgaf aan Hyppolite De Kerchove Lippens, familie uiteraard.

Hyppolite maakte plaats voor Maurice, Maurice voor Edgard, Edgard voor Maurice Bis, en Maurice Bis ruimde baan voor Jean Lippens. Het moet deze burgemeester geweest zijn die smoorverliefd werd op Madame Pheip, met haar trouwde en haar naam aannam, wat toch wel uitzonderlijk is. Maar het is zo, leest u er het Nero-album ‘De Zwarte Voeten’ uit 1951 maar op na.’

Meneer Pheip

‘De echtgenoot van madame Pheip had Philemon als voornaam’, verbeterde ik mijn gesprekspartner. ‘Och, dat is toch maar een detail, het gaat allicht om een kleine vergissing van tekenaar Marc Sleen’, ging hij onverstoorbaar voort. ‘Jean Pheip-Lippens was burgemeester van Moerbeke-Waas van 1938 tot 1967 en grote baas van de Sucrerie de Moerbeke. Suiker en de blauwe politieke kleur (van de Liberale Partij, zoals die verre voorganger van de Open VLD heette) zijn de constanten in die politieke dynastie.’

‘Maar hoe gaat dat. Het kind dat Madame Pheip en haar echtgenoot op latere leeftijd produceren, zal ik maar zeggen, de schreeuwlelijk Clo-Clo, wil noch in de suiker noch in de politiek. Toen is het in Moerbeke Waas fout beginnen lopen. De man die Jean Pheip-Lippens opvolgde, Oswald Adriaensen, was nog wel directeur van de suikerfabriek, maar zijn partij verpopte tot PVV (Partij voor Vrijheid en Vooruitgang, niet te verwarren met de PVV van Wilders) , een marketingtruc die later nog eens herhaald werd. Het verval was ingezet. In het eerste jaar van het nieuwe millennium, 2001, mocht Filip Marin de burgemeesterssjerp omgorden. Op zijn lidkaart stond Open VLD. En zijn enige band met de suikerfabriek was een maand werk als jobstudent. Verstaat ge?’

Wahrheit und Dichtung

Ik nam mijn gesprekspartner aandachtig op. Meende hij nu wat hij zei? Nam hij zijn mengeling van Wahrheit und Dichtung, van dorpsgeschiedenis en een stripverhaal, ernstig of was hij met mijn voeten aan het spelen?

‘Nog een koffietje? Voor mij een trappist, juffrouwtje.’
Ook het tweede bonnetje belandde voor mijn neus.

Filip Marin

‘Filip Marin was heel populair in Moerbeke, bij de laatste verkiezingen haalde hij 1200 van de 2400 blauwe stemmen, de tweede beste VLD’er had er 400, om het u duidelijk te maken. Maar Marin raakt aan de drank en nog meer aan de drank. Dat is een drama voor hemzelf en voor het dorp. Dat diverse ontwenningskuren mislukken is nog een groter drama. Filip Marin kan niet meer functioneren. Terwijl hij in de kliniek is scherpen ze in zijn eigen partij de messen.

Marin neemt ontslag uit de Open VLD, maar hij legt zijn ambt niet neer, zoals sommige van zijn partijgenoten graag hadden gewild. In de lente gaan er geruchten over een eigen lijst Marin voor de gemeenteraadsverkiezingen, tot grote opluchting van de Open VLD blijft het bij een gerucht. Filip Marin is politiek verbrand. Hij is ziek nu. Hij laat zich niet meer zien op het gemeentehuis. Als hij dat wel zou doen, zou hij wellicht op een sanctie van Vlaams voogdijminister Bourgeois botsen, afzetting wegens kennelijk wangedrag bijvoorbeeld. Ik heb horen zeggen dat Marin een boek schrijft over zijn alcoholverslaving.’

En hoewel wij de enige klanten van de taverne waren, spiedde mijn gastheer in het rond, keek ja zelfs onder de tafel, zo bang was hij dat iemand zou horen wat hij te zeggen had.

Fifty fifty

‘Nu Marin weg is, zijn er veel die hun kans zien. Het oppositiekartel Moerbeke Anders is uiteengevallen. Het is ieder voor zich. CD&V, N-VA, SP.A/Groen en Vlaams Belang komen elk apart op. Bij de laatste verkiezingen had de Open VLD 10 van de 17 zetels in de gemeenteraad. Nu de blauwen Filip Marin niet meer hebben als stemmentrekker, en de suikerfabriek er niet meer is als zoethouder, liggen de kansen fifty fifty.’

De oude, wijze Moerbekenaar bracht zijn mond naar mijn oor – wat ik nogal onaangenaam vond –en fluisterde: ‘Ik bedoel daarmee dat het niet onmogelijk is dat Moerbeke-Waas na honderdvijfenzestig jaar blauw bestuur een andere meerderheid krijgt. Ik ben zelf een rasechte blauwe, ik zou dat heel spijtig vinden, maar ja. Nog een trappist alstublieft, juffrouwtje.’

‘Meneer…,’ vatte ik aan.
‘Sssssssst! Noem vooral mijn naam niet! De muren hebben hier oren!’ reageerde mijn gesprekspartner verschrikt.
‘Wat wilt u dat ik doe?’ vroeg ik, ‘want ik zie het niet.’
‘U kent toch Marc Sleen?’
Ik knikte bevestigend.
‘Zoudt u hem niet kunnen overhalen om Clo-Clo Pheip, de enige nazaat van de Lippensen van Moerbeke-Waas , opnieuw tot leven te brengen? De mens is in 1975 geboren, in het 47ste Nero-album, die is in de fleur van zijn leven! Met een Lippens aan het hoofd komt Moerbeke er misschien opnieuw bovenop.’
‘Ik zal ’t proberen,’ hoorde ik mijzelf beloven.

En plots stond ik buiten in de kou en de regen, naast mijn batmobiel, op mijn horloge te kijken en mijzelf te vervloeken.
Ik had toch kunnen weten dat dat telefoontje om naar Moerbeke te komen nep was?!

Louis van Dievel

lees ook

    Meest gelezen