700 jaar vrijheidscharter van Kortenberg

Precies 700 jaar geleden tekende de Brabantse hertog Jan II "de Keure van Kortenberg". Na de Engelse Magna Charta was dat het tweede document in Europa waarbij de macht van de vorst aan banden werd gelegd.

In 1312 was het hertogdom Brabant -net als de andere vorstendommen in de Lage Landen-  ten prooi aan grote sociale, economische en politieke spanningen. Tien jaar eerder hadden de Vlaamse stedelijke milities in Kortrijk het Franse leger verslagen en rechten afgedwongen bij de vorst en de graaf van Vlaanderen.

Net als Vlaanderen moest Brabant een voorzichtig buitenlands beleid voeren, want de stedelijke lakenhandel was zowel afhankelijk van de aanvoer van Engelse wol als van de afzet van laken op de Franse markt en die twee landen lagen voortdurend in conflict.

Tegelijk was de schatkist van de Brabantse hertog Jan II (1294-1312) leeg en moest hij herhaaldelijk extra belastingen of "beden" opleggen aan de grote steden. De economie kwam daarbij nog meer onder druk omdat er binnen de steden net als in Vlaanderen een bloedige machtsstrijd aan de gang was tussen de patricische kooplieden en de massa van "gemene" ambachtslieden. 

"Nood maakt wet"

Het belangrijkste probleem was de wankele gezondheid van hertog Jan II die snel achteruitging. Te midden van alle gekonkel aan het hof, wou Jan II zijn opvolging door zijn 12-jarige zoon, de latere Jan III, veiligstellen. Daarom wendde hij zich tot de grote steden van het hertogdom en moest hij die verleiden met forse toegevingen.

Op 27 september 1312 vaardigde Jan II in de abdij van Kortenberg -halfweg tussen Brussel en Leuven- zijn "Keure van Kortenberg" uit, waarmee hij paal en perk stelde aan zijn eigen macht en vertegenwoordigers van de steden veel macht gaf.

Zo beloofde hij om geen extra belastingen meer te heffen, erkende hij het recht van iedereen -arm of rijk- op een onafhankelijke rechtspraak en erkende hij de rechten van de steden en de stedelijke rechtbanken terwijl de rechten van de grote steden bevestigd worden.

Om toe te zien op de naleving van het charter werd een "raad of parlement van Kortenberg" opgericht met vier edelen en tien vertegenwoordigers van de steden. Leuven en Brussel kregen elk drie zetels, Antwerpen, 's Hertogenbosch, Tienen en Zoutleeuw elk een.

De keure kwam niet te vroeg, want nauwelijks enkele weken nadien was Jan II overleden en werd hij opgevolgd door zijn minderjarige zoon Jan III. Het systeem zoals uiteengezet in de keure bleef van kracht, al kreeg Antwerpen later een zitje extra in de raad en werd ook de Waalse stad Nijvel met een zetel opgenomen in de raad. Enkele jaren later kreeg ook het prinsbisdom Luik een gelijkaardige keure.

"Magna Charta van de Lage Landen"

De Keure van Kortenberg was op een na het oudste document dat de macht van de vorsten in Europa aan banden legde. In 1215 had in Engeland de Magna Charta dat al gedaan, maar die verschoof vooral macht van de koning naar de edelen.

Het charter van Kortenberg gaf niet de edelen, maar de burgers in de Brabantse steden macht en invloed en ook toezicht op de naleving van de keure. Het is wellicht ook geen toeval dat de keure in 1356 werd gevolgd door een "Blijde Inkomst" waarbij de Brabantse steden van een dynastieke twist gebruikmaakten om de macht van de hertog nog verder uit te hollen. Dat charter gaf de onderdanen zelfs het recht om in opstand te komen als de vorst de afspraken niet zou naleven.

Hoe dan ook vormden de Magna Charta en de Keure van Kortenberg de kiemen van de Engelse Bill of Rights (1688) en de Verlichting die via de principes van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring en de Verklaring van de Rechten van de Mens de voorboden vormden van de rechtsstaat en de democratie.

Jos De Greef